Ford dagvaardt Belgische Staat wegens discriminatie

Het proces dat 42 ex-arbeiders van Ford Genk tegen hun voormalige werkgever aangespannen hebben, is dinsdag tijdens de eerste behandeling voor de abeidsrechtbank in Tongeren meteen uitgesteld tot 4 april van volgend jaar.

Belga

Ford dagvaardde op de valreep de Belgische Staat wegens discriminatie. Een en ander heeft te maken met een vernietiging door het Arbitragehof van de disciminatiewet die van kracht was toen Ford en de vakbonden al een cao voor de ontslagen werknemers overeengekomen waren. Volgens meester Luc Vanaverbeke, die de belangen van Ford in deze zaak verdedigt, heeft Ford nooit gediscrimineerd door gebruik te maken van een strafpuntensysteem om gedwongen ontslagen door te voeren en wordt Ford in deze zaak ten onrechte van discriminatie beschudigd omwille van een discriminatiewet waarvan bepaalde discriminatiegronden nadien vernietigd werden.

Ford Genk voerde ten tijde van de herstructurering van oktober 2003 ontslagen door op basis van een strafpuntensysteem, waarbij werknemers die in het verleden veelvuldig ziek waren geweest, schriftelijke opmerkingen of aanmaningen hadden gekregen, als eerste het bedrijf moesten verlaten. De directie van Ford ontsloeg op basis van deze criteria bijna 750 arbeiders. Bij de herstructurering zelf waren zowat 3.000 werknemers betrokken. De ex-Fordwerknemers menen dat Ford zich door de hantering van een strafpuntensysteem schuldig heeft gemaakt aan discriminatie. Ze willen van de rechtbank bekomen dat die het systeem veroordeelt zodanig dat het niet meer bij toekomstige herstructureringen gebruikt kan worden. De advocaten van de ex-Fordarbeiders vragen ook dat, indien het tot een effectieve veroordeling komt, Ford de publicatie van het vonnis in de kranten voor zijn rekening neemt.

De arbeidsrechter betreurde de demarche van Ford dinsdag naar eigen zeggen, maar stelde dat de Belgische Staat het recht had om zich naar behoren te kunnen verdedigen. Meester Jan Buelens merkte in naam van de ex-Fordarbeiders ook op dat de nieuwe dagvaarding door Ford van de Begische Staat tegenstrijdig is : "Aan de ene kant beweert Ford nooit gediscrimineerd te hebben, terwijl de directie anderzijds zegt dat indien er toch sprake van discrminatie is, dat niet hun schuld, maar die van de Belgische Staat is omdat die een onzorgvuldige discriminatiewet heeft opgesteld", zo luidde het.

Als alles volgens plan verloopt, velt de rechter in de loop van juni van volgend jaar een uitspraak in deze zaak. Het is alleszins de bedoeling dat er voor het zomerreces een uitspraak is, zo liet de rechter nog verstaan.