Matig gebruik alcohol krikt de hersenfunctie op

Gematigde alcoholdrinkers denken beter dan geheelonthouders of lieden die overdrijven met drank. Dat blijkt uit een Australisch onderzoek.

Belga

Research van de Australische Nationale Universiteit (ANU) in Canberra suggereert dat gematigd drinken de kracht van de hersenen opkrikt. Wie helemaal niets drinkt of overmatig drinkt, kan een sul worden.

Het betrof een studie op zevenduizend mensen van twintig, veertig en zestig jaar oud. Wie binnen de veilige alcoholconsumptienormen bleef, kon zich beter uitdrukken, had een beter geheugen, en kon sneller denken dan degenen die zich aan de uiteinden van het drinkspectrum bevonden.

Als "veilig" geldt 14 tot 28 standaard drinks per week voor mannen en zeven tot veertien voor vrouwen. Geheelonthouders bleken dubbel zoveel kans te lopen de laagste score te halen dan occasionele drinkers.

Bovendien bleken volgens Bryan Rodgers van de ANU gematigde drinkers ook het gezondst te zijn. "Dit toont niet noodzakelijk aan dat gematigd gebruik van alcohol goed is voor onze hersenen. Er kunnen andere redenen zijn die we niet hebben gemeten om de slechte prestatie van de niet-drinkers uit te leggen", aldus de wetenschapper.