Non-profit: 10 procent extra banen zou naar allochtonen moeten gaan

Tien procent van de 4.200 extra banen die het Vlaams akkoord met de non-profitsector oplevert, moet naar allochtonen gaan. Dat staat in het akkoord dat de bonden met de Vlaamse regering hebben afgesloten. De Vlaamse ministers van Werk en Sociale Economie, Frank Vandenbroucke en Kathleen Van Brempt, reageren dinsdag tevreden op deze regeling.

Belga

Volgens Vandenbroucke en Van Brempt gaat het om een streefcijfer dat de onderhandelaars hebben afgesproken. De twee sp.a-ministers zijn tevreden met de maatregel. Die sluit perfect aan bij de inspanningen die ze naar eigen zeggen leveren om meer allochtonen aan het werk te krijgen.

De ministers maken nog gewag van een aantal elemementen uit het akkoord die niet of onvoldoende in de verf werden gezet. Het gaat onder meer over 500 personeelsleden extra voor beschutte werkplaatsen. "Door het akkoord kunnen 488 voltijdse banen geschapen worden in de beschutte en de sociale werkplaatsen. Omdat daar veel deeltijds wordt gewerkt gaat het om ruim 600 nieuwe werkplaatsen. Daarvoor wordt 4,1 miljoen euro uitgetrokken", laten de twee socialisten in een mededeling weten. Daarnaast worden de eindejaarspremies van de 14.200 werknemers van de werkplaatsen geleidelijk opgetrokken tot driekwart van het maandloon. Volgens de ministers is dit vooral voor de sociale werkplaatsen een aanzienlijke verbetering, omdat het personeel daar nog helemaal geen eindejaarspremie heeft. Voor de beschutte werkplaatsen gaat het om een stijging van 50 naar 75 procent en een toename van het aantal vakantiedagen vanaf 45 (+7) en 55 (+8) jaar. Het totale bedrag dat naar de sociale en beschutte werkplaatsen gaat loopt tegen 2010 op 10,85 miljoen euro per jaar. Verder voorziet het akkoord 1,13 miljoen euro voor beroepsopleiding. Met het bedrag kunnen een 30-tal "jobcoaches" in de sector aan de slag.

Tot slot werden met de sociale partners afspraken gemaakt rond deeltijds leren en werken. Zij verbonden er zich toe om minstens 300 werkervarings- of stageplaatsen per jaar ter beschikking te stellen voor deeltijds lerenden. De Vlaamse overheid komt tussen in de kosten. Bedoeling is dat de afspraken volgend schooljaar al worden uitgevoerd.