Chinese slachtoffers biologische oorlogvoering Japan krijgen ongelijk

Print
Het Japanse hooggerechtshof heeft dinsdag geoordeeld dat tien Chinese slachtoffers van biologische oorlogvoering door Japan voor en in de Tweede Wereldoorlog geen recht hebben op schadevergoeding van de Japanse regering. Het hof bevestigde daarmee de uitspraak die een lagere rechtbank drie jaar geleden deed.
Het hof lichtte zijn uitspraak niet toe, maar de lagere rechtbank stelde destijds dat de schadeloosstelling van slachtoffers van het Japanse leger al afdoende is geregeld in verdragen die Japan na de oorlog met andere landen sloot. De zaak werd in 1997 aangespannen door 180 Chinezen die excuses en schadevergoeding eisten van de Japanse regering.

Volgens de dagende partij hebben door de beruchte Japanse legereenheid 731 veroorzaakte uitbarstingen van cholera, dysenterie, miltvuur en tyfus voor en in de Tweede Wereldoorlog aan zeker 2.100 Chinezen het leven gekost. De rechtbank gaf in 2002 wel toe dat Japan voor en in de oorlog biologische wapens tegen China heeft ingezet, wat Japan tot dan toe altijd had ontkend.
Naar schatting van historici heeft Eenheid 731, die opereerde vanuit Harbin in het noordoosten van China, in de jaren '30 en '40 met haar experimenten 250.000 mensen vermoord. Geen van de leden van de eenheid is voor de rechter gebracht.

De uitspraak van het hof kan ertoe leiden dat de spanningen tussen China en Japen verder oplopen. In tal van Chinese steden wordt al weken gedemonstreerd tegen een Japans geschiedenisboek, waarin wordt gezwegen over de oorlogsmisdaden die Japan tegenover China heeft begaan. De protesten hebben geleid tot een ernstige diplomatieke crisis, omdat China weigert zijn excuses aan te bieden voor vernielingen die demonstranten hebben aangericht aan onder andere de Japanse ambassade in Beijing, het Japanse consulaat in Shanghai en Japanse restaurants. China vindt dat het Japan is die zijn excuses moet aanbieden, voor het boek.