Vlaamse cultuursector benut ICT-mogelijkheden niet ten volle

Print
De Vlaamse bibliotheken, musea en cultuurcentra maken te weinig gebruik van internet en e-mail. De vele mogelijkheden van ICT (informatie- en communicatietechnologie) worden door de cultuursector nog te weinig gebruikt.
Dat blijkt uit een rapport van Re-creatief Vlaanderen, dat in kaart brengt hoe het is gesteld met het bezit en gebruik van informatie- en communicatiemiddelen in de Vlaamse cultuurwereld. Terwijl de computer over het algemeen goed is ingeburgerd, is meer dan 40 procent van de toestellen in bibliotheken, musea en cultuurcentra niet surfklaar, blijkt uit de studie. Ook de software is weinig gespecialiseerd. Voorts is er op het vlak van vaardigheden en vorming nog werk aan de winkel. De belangrijkste reden daartoe zou een gebrek aan tijd zijn.

Vooral de mogelijkheden van internet en e-mail worden nog onderbenut. De respondenten gaven aan zich wel bewust te zijn van het nut van internet en e-mail, maar gebruiken ze vooral als promotiemiddel. "De idee van publiekswerving via het net is heel wat minder ingeburgerd", zeggen Joke Bauwens en Gert Nulens, die het rapport opstelden.

Slechts 42,6 procent van de bestudeerde bibliotheken, musea en cultuurcentra beschikt over een eigen website. De interactieve elementen die ze daarbij toepassen, zijn miniem te noemen. Wel is er een grote interesse voor digitalisering, maar vaak wordt die door gebrek aan tijd en te kleine budgetten niet verwezenlijkt. Re-creatief Vlaanderen besluit dat e-cultuur vooralsnog geen prioriteit is binnen de culturele instellingen. "Hoewel het belang ervan niet ontkend wordt, buiten slechts heel weinig instellingen de mogelijkheden van ICT uit. Een virtuele cultuurruimte in Vlaanderen blijft bijgevolg voorlopig virtueel", luidt het.

Re-creatief Vlaanderen verricht wetenschappelijk onderzoek naar cultuurparticipatie in zijn vele facetten.