Klein-Gelmen viert eeuwelinge Irène

De kans dat je honderd wordt is niet groot, en als dat dan gebeurt in een klein kerkdorp als Klein-Gelmen, staat heel de gemeenschap in rep en roer. Eeuwelinge Irène Reniers zelf is zowat de enige die er rustig bij blijft. “Ik sta er niet echt bij stil. Honderd worden, dat overkomt je gewoon,” zegt ze.

jforier

Op 30 maart 1905 werd Irène geboren in Gelinden als oudste van vijf kinderen. Het was een sterk geslacht, want pa Reniers werd 94 en ma Reniers zelfs 96. “Mijn ouders zijn na mijn geboorte verhuisd naar Klein-Gelmen. Het waren kleine boertjes,” vertelt Irène. “Ik ben tot mijn twaalfde naar school gegaan. Dat was toen niet verplicht, maar een mens moet toch kunnen lezen en schrijven. Alhoewel ik ook vaak thuis gebleven ben. Als ma en pa aan het werken waren op het veld, moest ik voor mijn broers en zussen zorgen.” Op haar 16de ging Irène ‘dienen’ in Gelinden. “Dat werk heb ik acht jaar gedaan. Op mijn 24ste ben ik getrouwd met Arthur Jehoul uit Batsheers. Hij was schrijnwerker.” Het paar kreeg vier kinderen, 11 kleinkinderen en 17 achterkleinkinderen.

“Ik heb mijn hele leven hard gewerkt,” vertelt Irène. “Van werken ga je niet dood. Tot mijn 95ste onderhield ik mijn eigen tuin.” Vandaag is Irène iets minder mobiel, ze heeft immers twee kunstheupen. “Nu heb ik tijd om de krant van voor naar achter te lezen, ook de sportbladzijden. De lotgevallen van Kim Clijsters en de Ronde van Italië en Frankrijk boeien me het meest. Kim volg ik ook op televisie. En verder luister ik veel naar muziek: operette en orgelmuziek, daar fleur ik van op.”

Irène heeft niet haar hele leven in Klein-Gelmen gezeten. Ze trok op vakantie naar Oostenrijk en Frankrijk. Lourdes heeft ze driemaal bezocht, in 1989 zelfs met het vliegtuig. “Dat is een wonderlijk ding, zo’n vliegtuig. We zaten al boven Parijs toen ik mijn kleindochter vroeg wanneer we eindelijk zouden vertrekken,” lacht ze. De operaties hielden Irène daarna thuis. Haar eerste heupoperatie was één van de eerste in België. Dat gebeurde toen nog in Luik en Irène moest een maand in het ziekenhuis verblijven. “Maar toen hadden we nog tijd. De wereld gaat vandaag te snel. De mensen hebben geen tijd meer om met elkaar te praten. Maar ik blijf het volhouden met elke avond mijn glaasje rode wijn en vooral door veel te lachen. Dat is gezond.”