Limburgse leem levert 20.000 huizen per jaar

De leem die op dit moment in Zuid-Limburg wordt ontgonnen, is goed voor de gevelstenen van 20.000 huizen in het hele land. In Riemst, Bilzen, Tongeren, Lanaken en Hoeselt is nu 27,5 miljoen kubieke meter grond in kaart gebracht waar de volgende jaren in Limburg leem kan worden gewonnen. Met dat kaartje wordt de komende maanden onderhandeld met gemeenten, provincie en betrokkenen, om effectieve winningsgebieden af te bakenen.

jforier

Het is de bedoeling in heel Vlaanderen gebieden af te bakenen zodat ook (minstens) de komende 25 jaar leem gewonnen kan worden. De afdeling Natuurlijke Rijkdommen van de Vlaamse overheid heeft nu in heel Vlaanderen 100 miljoen kubieke meter in kaart gebracht waar gele en rode leem kan worden opgegraven: 45 miljoen kubieke meter is uitbreiding van bestaande groeves of nieuwe terreinen, de overige 55 miljoen kubieke meter wordt als alternatief - als zogenaamde zoekzone - achter de hand gehouden. In Limburg gaat het om een uitbreiding van het gebied Lafelt tussen Kesselt, Lanaken, Riemst en Bilzen, Grenspaal 96 in Lanaken en Grenspaal 84 in Riemst. Nieuwe gebieden zijn: Grenspaal 78 in Riemst, De Kip in Lanaken, Langbroek-Hondsberg in Tongeren en Riemst en Den Dal in Gingelom en Landen. Als er te veel bezwaren zijn tegen die locaties kunnen de gemeenten alternatieven zoeken in Groot-Steenbergveld en Staberg-Tombestraat in Bilzen en Lanaken en in Heukelom (Riemst). De grootste uitbreiding is die van Lafelt met ruim 4 miljoen kubieke meter, Langbroek is met 7 miljoen kubieke meter het grootste nieuwe ginningsgebied.

Maar deze nota betekent niet dat ontginners zomaar aan de slag mogen: “Met de verkenningsnota gaan we nu zoeken naar maatschappelijk verantwoorde winningsgebieden. Dus vastleggen waar nog leem kan worden ontgonnen in Vlaanderen, niet alleen op plaatsen waar geologisch nog leem zit maar ook rekening houdend met landbouw, milieu, onroerend erfgoed, enzovoort,” zegt Jan De Roo van de afdeling Natuurlijke Rijkdommen.

Gemeenten, provincie en betrokken Vlaamse ministeries kunnen nu hun zegje doen over de voorstellen, die dan verwerkt worden tot een voorontwerp van een bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan. Daarna buigt de Vlaamse regering zich over dat voorontwerp, volgt er openbaar onderzoek en wordt het plan goedgekeurd. Op basis daarvan moeten dan weer provinciale uitvoeringsplannen opgesteld worden en dan kan leem gewonnen worden.

Het is uiteraard ook niet zo dat op elke plek meteen leem wordt ontgonnen: het bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan moet er vooral voor zorgen dat natuurlijke rijkdommen ook in de toekomst kunnen aangeboord worden. Door nu een gebied af te bakenen als leemwinningsgebied kan worden voorkomen dat die plek over 20 of 30 jaar volgebouwd is of beschermd is als natuurgebied en dus niet meer kan worden afgegraven.