Zware aardbeving bij Sumatra

Voor de kust van Sumatra heeft zich maandagavond een zware aardbeving voorgedaan. Uit angst voor een nieuwe tsoenami vluchtten inwoners van Banda Atjeh en andere plaatsen langs de kust van het Indonesische eiland in paniek naar hoger gelegen delen.

AP Ned

Enige uren na de beving kon het Indonesische Agentschap voor Geofysica melden dat het gevaar voor een vloedgolf, zoals die die op tweede kerstdag in elf landen aan de Indische Oceaan meer dan 174.000 mensen het leven kostte, geweken was. Wel zou de beving op een eiland voor de kust van Sumatra veel schade hebben toegebracht en slachtoffers hebben gemaakt.

De voorlopige metingen van de momentmagnitude van de beving varieerden van 8,2 tot 8,5. Het centrum lag op ongeveer dertig kilometer diepte op 410 kilometer ten zuidwesten van Banda Atjeh in de Andaman-zee, aldus de Amerikaanse geologische dienst en het seismologisch observatorium van Hongkong.

De autoriteiten in Thailand en Sri Lanka gaven na de beving snel een tsoenami-alarm af. De beving om 23.09 uur werd tot in Bangkok en in delen van Maleisië en Singapore gevoeld. Bewoners van hoge flatgebouwen en hotelgasten maakten dat zij zo snel mogelijk naar buiten kwamen.

Een Thaise tsoenami-expert gaf, 2,5 uur na de aardbeving, als eerste het sein veilig. Voormalig chef van het Thaise meteorologische departement Smith Thammasaroj zei tegen een tv-zender dat een mogelijke tsoenami op dat moment Thailand al voorbij had moeten zijn. Korte tijd later verklaarden ook de Indonesische autoriteiten dat er geen tsoenami meer zou volgen op de zware aardbeving. In Sri Lanka werd aangenomen dat er geen vloedgolf zou komen, maar de politie aan de oostkust verklaarde nog een uur te wachten met het naar hun huizen terugsturen van de kustbewoners.

De beving van 26 december bij Sumatra had een magnitude van 9. Naast de 174.000 doden worden nog 106.000 mensen vermist. Meer dan 1,5 miljoen mensen raakten dakloos.