Waalse regering schort wapenlicentie voor Tanzania op

De Waalse regering heeft donderdag beslist de uitvoerlicentie voor het bedrijf New Lachaussée met het oog op de bouw van een munitiefabriek in Tanzania met drie maanden op te schorten.

Belga

De regering wil een reeks elementen controleren die volgens haar onduidelijk blijven.

De Waalse regering stuurt trouwens de bal terug naar minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht, die wordt gevraagd de bezwaren te preciseren die hij inroept tegen Tanzania wat haar vermogen betreft om de voorwaarden na te leven die in de licentie worden gesteld.

De Waalse regering vergaderde bijna 10 uur over het dossier. Ze bestudeerde de verschillende informaties die door minister van Internationale Betrekkingen Marie-Dominique Simonet in januari werden ingewonnen om de licentie toe te kennen.

Simonet had tweemaal een ontmoeting met De Gucht, die zich vorige maand verzette tegen de uitvoerlicentie omdat ze het Belgisch buitenlands beleid in het gebied van de Grote Meren in gevaar zou brengen.

Op 16 en 23 maart leverde De Gucht vertrouwelijke informatie die die thesis moest staven. Maar dat overtuigde de Waalse regering niet helemaal. Ze omschrijft de informatie als soms te weinig precies en soms tegenstrijdig met andere bronnen. Zo hoorde de Waalse regering de ambassadeur van Tanzania, die bepaalde elementen betwistte.

Het onderzoek van het dossier wordt dus voortgezet. De Gucht wordt gevraagd zijn informatie te preciseren. De Waalse regering focust op twee onzekerheden. Het gaat enerzijds om de eigenaar van het bedrijf dat de nieuwe productielijn voor munitie zal ontvangen. Ze behoort toe aan de Tanzaniaanse overheid, maar sommigen vrezen een privatisering. De ambassadeur heeft de Waalse regering terzake gerustgesteld, maar die wil weten waaraan zich te houden. Anderzijds bestaan er twijfels over de garantie dat de munitie wel degelijk exclusief zal worden gebruikt door de politie en het leger in Tanzania en niet zal worden gecommercialiseerd.

Hoewel er geen definitieve beslissing werd genomen, was de vergadering niet nutteloos, aldus Simonet en Van Cauwenberghe. Volgens hen heeft ze toegelaten een toekomstige gedragslijn voor dergelijke dossiers te trekken.