Zoon Annan ontving 300.000 dollar via olie-voor-voedselprogramma Irak

Kojo Annan, de zoon van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, heeft zeker 300.000 dollar ontvangen van een Zwitsers bedrijf dat een grote opdracht binnenhaalde bij de uitvoering van het Iraakse olie-voor-voedselprogramma. Dat hebben de Britse Financial Times en de Italiaanse zakenkrant Il Sole 24 woensdag bericht.

AP Ned

Volgens de twee kranten, die de affaire gezamenlijk onderzochten, zijn de betalingen aan Annan gedaan op een manier waardoor de herkomst ervan onduidelijk zou moeten blijven. Of sprake is van fraude, is nog niet duidelijk. Uit een eigen onderzoek van de Verenigde Naties naar malversaties met het olie-voor-voedselprogramma is gebleken dat een groot aantal betrokkenen zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie.

De voormalige vice-voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, Paul Volcker, is in opdracht van de VN bezig met een onderzoek naar de activiteiten van Kojo Annan. Volcker biedt volgende week een tussenrapport aan. Volgens de Financial Times en Il Sole 24 heeft Kojo Annan bemiddeld voor het bedrijf Cotecna, dat een contract ter waarde van zestig miljoen dollar kreeg voor de export van goederen naar Irak. Kojo Annan was van 1995 tot eind 1997 in dienst bij Cotecna en werd later nog enkele malen als consultant ingeschakeld. Zijn rol bij de totstandkoming van het olie-voor-voedsel contract is echter onduidelijk. Eind vorig jaar bleek uit het VN-onderzoek naar corruptie bij het olie-voor-voedselprogramma al dat Annan nog steeds op de loonlijst stond van Cotecna, hoewel hij al heel lang niets meer voor het bedrijf had gedaan. Ook Kojo's vader Kofi Annan wordt in het onderzoek genoemd, hij zou verscheidene malen leidinggevenden van Cotecna hebben gesproken. Voor betrokkenheid van Annan senior bij het Cotecna-schandaal zijn overigens geen aanwijzingen gevonden.

Het olie-voor-voedsel programma werd in 1996 in het leven geroepen om humanitaire hulp, voedsel en medicijnen Irak in te krijgen tijdens de internationale boycot van het land als gevolg van het niet naleven van VN-resoluties na de invasie van Koeweit. Er lopen verscheidene andere onderzoeken naar misstanden met het VN-programma, dat naar het zich laat aanzien volledig gecorrumpeerd was. Een van de meest prominente verdachten is de voormalige Franse minister van binnenlandse zaken Charles Pasqua.