sjiieten en Koerden verdelen ministerposten onder elkaar

De sjiieten en de Koerden die als winnaars van de door de soennieten geboycotte verkiezingen van eind januari de taak toegewezen kregen een nieuwe Iraakse regering te vormen, hebben het leeuwendeel van de ministerposten netjes onder elkaar verdeeld.

Belga

Dat heeft dinsdag Marjan al-Rayes, woordvoerster van het sjiitische eenheidsblok Verenigde Iraakse Alliantie (UIA), meegedeeld.

De sjiieten kennen zichzelf 16 of 17 portefeuilles toe, waaronder die van binnenlandse zaken, financiën en binnenlandse veiligheid. Het Koerdische blok (de partijen van de voormalige rivalen Jalal Talabani en Massoed Barzani) rijft zeven of acht ministeries binnen, waaronder buitenlandse zaken. Kennelijk nog ter discussie staat de -economisch levensbelangrijke- post van Oliezaken, die de Koerden ten zeerste ambiëren.

De door de VS-bezetter opgestelde overgangsgrondwet gaf de Koerden, de grootste aanhangers van de VS-aanwezigheid in Irak, een proportioneel buitenmatige aanwezigheid in Iraks nieuwe instellingen. Officieel is dat om de belangen van de minderheden te beschermen in het prille democratische proces.

De soennieten zouden ondanks hun magere verkiezingsscore toch vier tot zes ministeries krijgen. Kleine minderheden als de christenen en etnische Turken worden gepaaid met elk één portefeuille.

Al-Rayes bevestigde voorts dat het vooral ceremoniële ambt van president naar de Koerdische veteraan Jalal Talabani gaat en dat de sjiiet Ibrahim al-Jaafari inderdaad premier wordt. Jaafari, leider van de pro-Iraanse Da'wa-partij, deed reeds enig stof opwaaien door openlijk te pleiten voor het invoeren van de sharia, de islamitische wet. Voor de post van parlementsvoorzitter wordt aan "een soenniet" gedacht.

Belangrijk is dat volgens al-Rayes de ontslagnemende interim-premier, de "Amerikaanse" kandidaat Iyad Allawi, "erg weinig kans maakt om van de regering deel uit te maken". Allawi, onder de Iraakse bevolking bekend als "Saddam zonder snor", had dan ook, ondanks de tegenvallende verkiezingsscore van zijn partij (derde plaats, 14 procent, 40 van de 275 parlementszetels), hoog spel gespeeld: hij wou enkel in een nieuwe regering als hij premier bleef.