Sinds november duizend rebellen gedood in Atjeh

Het Indonesische leger zegt sinds half november in Atjeh ruim duizend rebellen te hebben gedood. Een legerwoordvoerder zei niet te weten hoeveel van hen zijn gedood sinds de tsunami van tweede kerstdag.

AP Ned

De Indonesische regering verlengde op 17 november de in mei 2003 in Atjeh ingestelde noodtoestand met een half jaar. Sindsdien zijn volgens de ondercommandant van het leger in Atjeh, Suroyo Gino, niet alleen 1.010 leden van de rebellenbeweging GAM gedood, maar ook 356 verwond. Nog eens 545 rebellen zouden zich hebben overgegeven.

"Ons voornaamste doel is nu de ongeveer 1.245 anderen te pakken te krijgen die zich verscholen houden in de jungle en afgelegen dorpen", zei hij Gino zaterdag. Het leger zegt dikwijls rebellen in Atjeh te hebben doodgeschoten, zonder daarvoor bewijs te leveren. Volgens de rebellen en mensenrechtengroepen zijn veel van de slachtoffers burgers.

Sinds de tsunami hebben regering en rebellen twee keer met elkaar om tafel gezeten om te praten over een vredesregeling, maar de gesprekken hebben niets opgeleverd.