Club Brugge rekent op scherpschutter Jochen Janssen

Print
ZEDELGEM - Sinds een maand of drie staat hij op eigen benen. Heeft hij het ouderlijke nest in Hechtel ingeruild voor een fraai stulpje in Zedelgem. Amper een steenworp van het Jan Breydel-stadion verwijderd. En toch midden in het groen.
BR>«Als mijn vriendin en ik 's morgen de gordijnen opentrekken, zien we enkel landerijen en koeien», glimlacht Jochen. «Vind ik heerlijk. Ik had ook iets kunnen zoeken aan de kust. Maar de dijk, de wind, de drukte daar, nee, het zegt me niks. Geef me dan dit maar. Een huis met een tuin, de huisbaas die het gras komt maaien, de stad binnen handbereik. Het valt me reuze mee.»

Nochtans is het leven van een profvoetballer in het Venetië van het noorden niet synoniem met dolce far niente. Dat is Janssen aan te zien. Hij oogt scherp, afgetraind. Zoals het hoort bij een topclub.
«Dat had ik snel begrepen», glundert hij. «Lommel en Westerlo kan je niet vergelijken met Club Brugge. Vermits de concurrentie hier een stuk groter is, mag je op training geen seconde verslappen. Ze staan met 22 te drummen voor een basisplaats. Dan weet je 't wel. De afvallers durven in de duels serieus te keer te gaan. Dat is in het begin wel even slikken. Maar nu ben ik het gewoon. Waar ik wel nog wat moeite mee heb, is het hoge wedstrijdritme. En het gebrek aan regelmaat. Tijd om na te genieten van een sterke prestatie, zoals die drie goals tegen Mechelen, is er nauwelijks. Enkele dagen later moet je alweer de wei in. Donderdag, vrijdag, zaterdag, zondagmiddag, zondagavond. In die omstandigheden moet je als voetballer ook de nodige rust in acht nemen. Anders verlies je snel de frisheid en dreig je naast de boot te vallen.»

Ambitieus


Een lot dat Jochen in het begin van het seizoen beschoren was. Bij de competitiestart mocht hij vanop de bank toekijken. De twijfels van de buitenwereld namen toe. Kon hij het niveau niet aan? Het kordate antwoord volgde via een aantal sterke invalbeurten. Op den duur kon trainer René Verheyen niet meer naast hem door kijken.
«Ik had op eigen verzoek een gesprek met hem», aldus Jochen. In Harelbeke was het zover, stond hij in de basis en scoorde hij vrijwel onmiddellijk. Vorig weekend kwamen er nog drie potten bij. Waarom het zo lang duurde, voordat de trainer mij een echte kans gaf? Ik heb daar zo mijn gedacht over. Voor hem is dit het debuutseizoen als hoofdtrainer. Hij is enorm ambitieus, wil zich bewijzen. Je merkt het, hij loopt er nerveus bij. Vandaar allicht dat hij bij het begin van de competitie koos voor routine, voor zekerheid. Voorin stonden dus Jankauskas en Verheyen. Maar naarmate de positieve resultaten zich opstapelden, kreeg hij meer oog voor de mannen in vorm. Nu spelen we min of meer met drie spitsen.»

Radzinski


Mannen die mekaar op het eerste gezicht niet echt aanvullen. Verheyen, Jankauskas, Janssen. Drie vuurtorens, maar weinig technisch vernuft.
«Hoho, vergis je niet», weerlegt Janssen die stelling. «Qua technische bagage, trekken we ons alle drie behoorlijk uit de slag. Natuurlijk is het zo dat we geen Radzinski hebben. Maar dat hebben we niet nodig. Het voetbal van Club Brugge is gestoeld op kracht en loopvermogen. Geef toe, bij voorzetten vanaf de flank zijn we levensgevaarlijk. Dat heeft trouwens mijn keuze beïnvloed. Ik had ook naar Anderlecht kunnen trekken. Maar dat zag ik niet zitten. Daar ligt de lat volgens mij nog hoger, word je veel sneller afgeschreven. In Brugge zijn ze al enthousiast als ze merken dat je je honderd procent geeft. Een mindere match wordt je vergeven.»

Clement


Eentje wel, maar een hele serie niet. Remember vorig seizoen, toen Club door interne verdeeldheid de titel verspeelde. Tot grote ergernis van coach Eric Gerets.
«Maar daar is niks van blijven hangen», vindt Jochen. «Met Clement, Englebert, Martens en mezelf zijn er wat Belgen bijgekomen. Toffe gasten allemaal. Vooral Clement is een belangrijke pion. Hij heeft de rol van Franky als coach op het veld overgenomen. Iedereen apprecieert dat. En als er toch eens wrijvingen ontstaan, zijn er nog de oudjes als Borkelmans, Verheyen, Vande Walle en Verlinden om de groep samen te houden.»
Uitgerekend die collegialiteit zal nodig zijn om vanavond het Israëlische Hapoel Haifa uit de Uefa-cup te knikkeren. Club heeft zich door eigen falen in een aartsmoeilijke positie gemaneuvreerd.
«Maar we geloven er nog rotsvast in», zegt Jochen. «In de heenmatch hebben zij het verschil gemaakt met drie flitsen. Onze eigen schuld. Wij pasten ons aan hun trage tempo aan. Dat zal zich niet herhalen. We moeten hen een strak tempo opleggen. Dan zijn ze kwetsbaar. En dan maar hopen dat die bal erin wil.»