»De uitschakeling zou keihard aankomen»

Print
BRUGGE - Twee weken na de mislukte Israël-trip krijgt Club vanavond de kans om alsnog een verlengstuk te breien aan de Europese campagne. Twee doelpunten tegen Hapoël Haïfa volstaan om de smadelijke 3-1 nederlaag uit te wissen en door te stoten naar de tweede ronde, mits die ene, mogelijk dodelijke tegentreffer uitblijft. «De generale repetitie was alvast voortreffelijk», verwijst Club-doelman Verlinden naar de 6-0 winst tegen KV Mechelen. «En da's maar goed ook. Want de tweede ronde is voor Club een absolute must, een uitschakeling zou keihard aankomen.»
BR>
Niet zonder enige weemoed wordt dezer dagen in Brugge teruggedacht aan de grandiose Europese avonden van weleer. Zij zijn verder weg dan ooit, na het gekrassel in Haïfa veertien dagen geleden. Toen toonde Club dat het achteraan opvallend kwetsbaar kan zijn. Drie individuele fouten leidden tot drie goals. «Hoe dat mogelijk was?» Doelman Danny Verlinden kan het vandaag nog steeds niet begrijpen. «Ik hou het maar bij tegenslag. Al zes competitiewedstrijden tonen we dat we defensief sterk genoeg zijn, worden er bijna geen fouten gemaakt. En dan komt die ene Europese wedstrijd en zit alles plots tegen. Da's gewoon pech.»
Toch werd de ploeg nadien behoorlijk door elkaar geschud. Martens - halfweg ingevallen tegen Haïfa - en Deflandre verdwenen naar de bank. Jochen Janssen kwam in de ploeg. Samen met Gert Verheyen en Edgaras Jankauskas moet hij vanavond voor die levensnoodzakelijke doelpunten zorgen tegen Hapoël Haïfa dat volgens de kranten aldaar over de sterkste verdediging van Israël beschikt. Danny Verlinden: «We hebben weinig keuze, vrees ik. We moeten aanvallen. Al ben ik minder pessimistisch dan de meeste anderen. Heeft Lierse dan zoveel meer kwalificatiekansen dan ons? Nee toch, 1-0 of 3-1, het maakt weinig uit. Feit is dat je minstens twee keer moet scoren. Al de rest is bijzaak.»
Verlinden zelf begint inmiddels al aan zijn 51ste Europese wedstrijd met Club. «Is dat zo?», kijkt hij verwonderd op. «Ik wist niet dat het er al zoveel zijn.» Hij heeft de terugval van het Belgisch voetbal in Europa de voorbije jaren vanop het veld meegemaakt. «De tijd dat je in de eerste ronde over de tegenstander heen walste, is definitief voorbij, ja. Niet dat het niveau in België erop achteruit is gegaan. Nee, het zijn de anderen die vooruitgang hebben geboekt, terwijl wij ter plaatse bleven trappelen. En toch... ik ben het niet eens met diegenen die beweren dat geen enkele Belgische club nog de Champions League zal spelen. Wij zijn vorig jaar maar op het nippertje uitgeschakeld door Rosenborg, een ploeg die er ook nu weer bij is. Zo groot is het verschil dus ook weer niet.»
Zelf heeft Verlinden die ambitie niet meer. Hij is al lang blij dat hij er vandaag überhaupt bij is. Zeker nadat trainer Verheyen in de eerste competitieweken de voorkeur gaf aan Vande Walle. «Dan merk je pas hoe snel het allemaal kan veranderen in het voetbal. Philippe raakt geblesseerd en voilà, ik sta er opnieuw. Of ik vrees opnieuw op de bank te belanden éénmaal Philippe weer fit is? Bah, dat zien we dan wel. Vroeger zou ik daar misschien meer heisa over gemaakt hebben. Denk maar aan die keer toen Gerets zei dat ik niet de keeper was die hij nodig had. Maar nu niet meer. Natuurlijk wil ik spelen en ga ik de concurrentie met Philippe niet uit de weg. Maar ik ben intussen ook al zesendertig, ik heb nog anderhalf jaar contract. Op de bank of niet, ik denk niet dat ik hier nog zal weggaan.»