Dopingcontrole hoort eindelijk bij sport

Print
BRUSSEL - Voor het eerst sinds Vlaanderen eigen regeringen mocht vormen (in illo tempore nog «Executieve» geheten), beschikt de Vlaamse Gemeenschap over een volwaardig sportminister, die alle facetten van het sportbeleid onder zjn bevoegdheid heeft. Minister Sauwens heeft nog meer bevoegdheden dan de sport, maar sport is niet langer een 'aanhangsel' van Cultuur (nu Anciaux), zoals dat tot hiertoe het geval was.
BR>Dat staat zo in de septemberverklaring van de Vlaamse regering. Een concreet en belangrijk gevolg daarvan is dat de toepassing van het decreet op het Medisch Verantwoord Sporten (MVS) ook onder zijn bevoegdheid valt. Een belangrijk onderdeel van dat decreet is de dopingbestrijding. Dat zit voortaan dus niet meer bij Volksgezondheid en Welzijn.

Subsidie


Dat was één van de punten die werden aangeraakt op een info-vergadering die de Vlaamse Sportfederatie (VSF) dinsdagavond echter in de eerste plaats organiseerde om toelichting te geven en te krijgen bij het nieuwe decreet op de «erkenning en subsidiëring van sportfederaties in Vlaanderen». Het decreet heeft vooral tot doel de federaties tot een professionelere en beter gestructureerde werking aan te zetten, met aandacht voor de jeugd. Om in aanmerking te komen, mogen confederaties gevorm worden, maar dan wel door erkende sporttakken. En daar wringt voor velen het schoentje. Er is een lijst opgesteld door de Vlaamse Sportraad, die de minister adviseert. Op die zo goed als definitieve lijst - al probeert de VSF daar nog wat bij te sturen - is bijvoorbeeld geen sprake van biljart, darts, wipschieten, schaken, bridge..., maar wel van goalbal en torbal. Achterhoedegevechten om de uitvoering van het decreet af te remmen hebben geen zin. Bloso, dat de uitvoeringsbesluiten mee schrijft, moet die tegen half oktober klaar hebben. De minister moet ze dan ter advies voorleggen aan de Vlaamse sportraad en de Raad van State en klaar is Kees. Jokke Wynants, directeur subsidiëring bij Bloso en beschikkend over 350 miljoen (25% voor werkingskosten en 75% voor personeelskosten van de federaties) voorspelde dat de federaties op 1 februari definitief zullen weten of ze op de lijst staan én of ze voldoen aan de voorwaarden voor subsidiëring.
Dat de hervorming (bv. in dienst hebben van één licentiaat LO, een administratieve kracht met A1 of kandidaatsdiploma, voor 90% door overheid betaald) niet overal even simpel verloopt, is gebleken bij de Vlaamse badmintonliga. Het bestuur had de planning klaar en kwam uit op een extra bijdrage per lid van 160 frank. De clubs stemden dat voorstel weg en zetten meteen hun federatie klaar voor straks nul frank, nul centiemen subsidies. Wie dan de werking zal betalen mag Joost weten.