Pantser van positivisme

Print
KASTERLEE - De hel, en hoe eruit te komen. Zeven woorden vatten het hele bestaan van Ludo Dierckxsens samen. De Belgische kampioen laat zich niet klein krijgen door een cocktail van professionele- en privé-problemen die menig ander ten gronde zou richten. «Medio mei kom ik terug, sterker dan ooit. Dat ik veel geld misloop maakt me niet uit. Die trui niet kunnen tonen, dát steekt.»
BR>
Ludo Dierckxsens, de verpersoonlijking van de American Dream. Het van krantenjongen tot miljonair-verhaal van de Kempenaar werd medio juli alom gevreten, Dierckxsens haalde zelfs de kolommen van de New York Times. Dik twee maanden later resten alleen herinneringen. De knagende pijn die elk sprookje zonder happy-end achterlaat blijft verstopt achter een pantser van positivisme. De winter van 1999 duurt voor Ludo Dierckxsens van 13 augustus tot half mei, het is niet anders.
- Hoe houdt een mens zich in deze miserie overeind?
«Door de knop richting toekomst te draaien. Niet zo gek lang geleden zat ik mentaal aan de grond, dat verheel ik niet. Het leek wel of het leven zelf zich op een bepaald moment tegen mij keerde. Ik lééf voor wielrennen, ik lééf voor mijn zoontje Jochem: de dingen die me het dierbaarst zijn werden plots veel minder vanzelfsprekend. Op zo'n moment is het zaak om elk greintje wilskracht bij mekaar te schrapen en te kiezen voor de weg die richting beterschap leidt. Ouders en vrienden hebben me daarbij geholpen. Niet het hele eind, je hoort een flink stuk energie uit jezelf te halen. Dat lukt in die mate, dat ik het verleden nu als een afgesloten hoofdstuk beschouw.»
- Heb je bepaalde dingen geleerd?
«Dat een mens een deugniet moet zijn om te overleven in deze wereld. Als ik niet zo eerlijk was geweest om rechtuit te antwoorden op de vragen van die UCI-commissaris na die Tourrit in Saint-Etienne, fietste ik vandaag mee in Parijs - Bourges.»
- Wat jij eerlijk noemt is dom voor andere mensen.
«Maakt me niet uit. Ik maakte een fout door niet op de hoogte te zijn van de reglementen wat het gebruik van corticoïden betreft, dat is alles. Achtenveertig andere renners gingen vrijuit omdat ze in de Tour met een doktersvoorschrift zwaaiden, alleen ik moest hangen. Onschuldig, daar blijf ik bij. Mijn urinetest is en blijft negatief.»
- Neem jij Marc Vandevyvere iets kwalijk?
«Met een buitenlander als UCI-commissaris was dat nooit gebeurd. Vandevyvere heeft voor Belgische renners blijkbaar een heel andere benadering in petto. Kom Ludo, spreek vrijuit. Belgen onder mekaar, ik regel dat wel: ik ben er ver mee geraakt. Eén ding is zeker: aan dezelfde steen stoot ik me nooit meer.»
- Hoe breng je de dagen door?
«Lampre-Daikin blijft me tijdens mijn schorsing betalen, aan hen én mezelf ben ik het dus verplicht om in conditie te blijven. Ik stap dagelijks de fiets op, voor trips die variëren tussen 120 en 170 kilometer. Motivatieproblemen heb ik niet, nee. Is kniezen tussen vier muren dan zoveel beter?»
- Geloof je echt dat een 35-jarige na negen competitieloze maanden weer snel kan aanpikken bij de absolute top?
«Waarom niet? Ik ga mee met het team op stage, overweeg zelfs mee te gaan als Lampre-Daikin in het voorjaar die Spaanse rondekes gaat rijden. Een tweetal uurtjes voor het peloton vertrekken en de rit op hetzelfde parcours afwerken: zo deed Alex Zülle dat ook toen zijn schorsing begin '99 nog van kracht was.»
- De klok tikt voor iemand van jouw leeftijd toch in je nadeel?
«Het kan toch niet dat je op negen maanden tijd álles kwijtspeelt? Ik ben een laatbloeier, heb dus nog reserves zat. De narigheid die ik nu meemaak wil ik ombuigen in positieve energie. Nóg harder trainen, nóg meer voor mijn vak leven: ik wil terugkeren zoals Francesco Casagrande (ook negen maanden geschorst, nvdr) dat in juni deed. Niet dat ik mezelf met de Italiaan wil vergelijken, maar Casagrande vierde zijn heroptreden in de Ronde van Zwitserland toch maar mooi meteen met een overwinning. Dat bewijst dat je met hard werken ver kan komen.»
- Ooit aan stoppen gedacht?
«Zó diep zat ik nooit, zelfs niet toen de pers een klopjacht op me ontketende nadat ik de Tour moest verlaten. Journalisten vielen bij familieleden binnen, omdat ze dachten dat ik me daar schuilhield. Zoiets wil ik nooit meer meemaken, ik ben verdomme toch Marc Dutroux niet? Nu relativeer ik dat als een moment van voorbijgaande aard, maar toen zat me dat behoorlijk hoog. Weet je wat ik al bij al nog het meest betreur? Dat ik de gelegenheid zal missen om te tonen dat ik die kampioenentrui waard ben. Als Belgisch kampioen op een volgepakte Kwaremont fietsen tijdens de Ronde van Vlaanderen is een gevoel dat met geen geld te betalen is. Wielrennen is en blijft mijn ziel en zaligheid, dat geef ik voor niks en niemand op.»