Bjarni Gudjonsson: «Gullit kende me niet eens»

Print
GENK - In zijn thuisland is de visserij de belangrijkste industriële bron van inkomsten. De roots van Bjarni Gudjonsson liggen ook bij de IJslandse vikings. Grootvader Gudjonsson was zelfs een reder, die op zijn kotter een tiental mensen te werk stelde. Het zeemansleven zou aan kleinzoon Bjarni echter nooit besteed zijn. De middelste van de Genkse Gudjonsson-brothers werd met een lederen balletje aan de navelstreng geboren.
BR>«Ik hou nochtans van de zee», gniffelt guitige Bjarni. «Maar ik heb één probleem. Op een boot word ik altijd zeeziek...»
Op het vlaggenschip van Jos Heyligen voelt Bjarni Gudjonsson zich alsmaar beter in zijn sas. Hij lijkt op de Genkse rechterflank stilaan zijn anker te hebben uitgegooid.

Akranes


«Daar werd ik geboren. Groot is Akranes niet. Meer dan 5.000 inwoners zijn er niet. Reykjavik ligt op zeventig kilometer. Vroeger moest je de boot nemen om er te geraken, maar nu is er een tunnelverbinding. Akranes is helemaal omgeven door water en bergen. Het is er enig mooi. Dat unieke zicht mis ik soms. Hier groeien bomen. Bij ons vind je die niet. Akranes was ook m'n éérste club waar ik voor voetbalde.»

Jos Heyligen


«Goeie trainer. Dat zeg ik niet omdat ik momenteel bij Genk aan de bak kom. Hij verstaat voetbal. Ook zijn manier van trainen bevalt me. Da's nogal wat anders dan in Engeland. Bij Newcastle trainden wij gemiddeld vijftien uur per week. Running, always running. Heyligen doet bijna alles met de bal. Daar hou ik van. De trainer spreekt ook veel met zijn spelers. Als je niet zeker bent van je plaats, komt hij je hand shaken en vraagt hoe het is. Hij is in de mens achter de voetballer geïnteresseerd.»

Newcastle


«Ik heb er niet één kans gekregen. Ze kochten mij als striker. Maar in Engeland moet je als aanvaller blijkbaar body en lengte hebben vooraleer ze je inzetten. De kern was ook enorm groot. Meer dan veertig man. De vedetten werden er enorm afgeschermd. Weet je dat Ruud Gullit m'n naam niet eens kende? Ik hield nochtans van de Engelse mentaliteit. Het zijn aardige mensen. Maar ik voelde me door het vele trainen nooit goed in m'n vel. Ik was altijd moe.»

Vriendin


«In m'n Engelse periode had ik een IJslandse vriendin. Die is me ook naar Genk gevolgd. Maar onze relatie is intussen beëindigd. Tijdens het zomerverlof heb ik in IJsland een nieuw meisje leren kennen, Anne Maria. Maar ze studeert nog. Ze wil haar business-school ginds afmaken. Anna Maria zou nadien willen verder studeren aan de universiteit. Dat zou eventueel ook in België kunnen gebeuren.»

Racing Genk


«Ik wil hier voorlopig niet weg. Het is gewoon fijn voetballen bij Genk. Ik heb het gevoel dat ik mij hier kan ontplooien. Persoonlijk kan ik nog groeien. Ik ben er tenslotte nog maar twintig. Voor mij is Genk een topclub. Maar die topclub zou dan enkel toptransfers moeten realiseren. Genk investeert in jeugdig talent. Dat is prima. Maar daarnaast moet men echte toppers binenhalen om bovenaan te blijven meedoen.»

Nederlands


«Toen ik hier aankwam, dacht ik: nooit ga ik die taal begrijpen. Het was alsof ik Chinees hoorde. Nu begin ik jullie taal stilaan te verstaan. Spreken is nog moeilijk, maar ik werk eraan. Ik volg tweemaal per week op de club de Nederlandse lessen. Sommige woorden in het IJslands zijn verwant met het Nederlands. Huis bijvoorbeeld is bij ons hoes. Thordur en zijn vrouw waren heel snel weg met het Nederlands, maar die hadden het voordeel dat ze tevoren in Duitsland hadden geleefd.»

Vis


«Ik ben dol op vis. Ik laat me speciaal uit IJsland pakketten met diepgevroren vis toezenden. De vis die hier verkocht wordt, vind ik niet zo lekker. Die heeft een apart geurtje en daar houd ik niet van. In Akranes werken de meeste mensen in de visindustrie. Dé specialiteit is de lodna. Dat is een kleine vis, die gegrild wordt en nadien gerookt. Daarna wordt de vis geplet en in kubusjes gesneden. De IJslanders eten nooit lodna, maar exporteren hem naar Japan. Daar zijn ze er verlekkerd op.»

Internationaal


«Vanaf m'n zestiende heb ik in de jeugdelftallen van IJsland gestaan. Nu ben ik A-internationaal. Ik heb inmiddels acht caps. De laatste match tegen Oekraïne zat ik op de bank omdat mijn vader (bondscoach van IJsland,nvdr) de voorkeur gaf aan vijf grote en stoere jongens. De sfeer rond de nationale ploeg is niet echt geweldig. Er heerst veel jaloezie. Op de keeper na spelen alle internationalen in het buitenland en dat wekt wrevel op bij de jongens, die nog in IJsland voetballen.»

Thordur


«Hij is mijn grote steun en toeverlaat. Ik heb een eigen opinie, maar ik zal altijd eerst de mening van Thordur vragen. We trekken veel samen op. Zijn vrouw Anna kookt regelmatig voor mij. Dat maakt het gezelliger. Thordur moet mij soms intomen. Ik vind mezelf niet het type van een vuile speler, maar ik ben nogal impulsief. Ik wil nu eenmaal altijd winnen. Dat zit ingebakken.»

Kampioen


«Die titel vorig seizoen zal ik nooit vergeten. Met Akranes werd ik ook tweemaal landskampioen. Maar dat was niet te vergelijken. Daar waren duizend toeschouwers toen we de titel pakten. Nadien gingen we ergens eten en vertrok iedereen braaf naar huis. In Genk was het te gek. Die duizenden mensen aan het stadhuis toen we van Harelbeke kwamen, dat vergeet ik nooit. Natuurlijk kan Genk dit seizoen nog kampioen worden!»