117 journalisten gedood in 2004

In 2004 zijn meer journalisten overleden dan in de tien afzonderlijke jaren daarvoor, vooral als gevolg van de situatie in Irak. In totaal verloren het afgelopen jaar 117 journalisten hun leven tijdens de uitoefening van hun beroep.

AP Ned

Dat heeft het Internationale Nieuws Veiligheidsinstituut (INSI), een internationale mediawaakhond, zondag laten weten. "Irak was de gevaarlijkste plek op aarde voor journalisten en hun medewerkers", aldus het Veiligheidsinstituut. De lijst is inclusief ondersteunend personeel, zoals vertalers en chauffeurs. In Irak overleden 42 journalisten, op zes na allemaal met de Iraakse nationaliteit. Daarna volgen de Filipijnen (twaalf), Indië (acht) en Brazilië, Mexico en Bangladesh met elk vijf.

Volgens het Veiligheidsinstituut was 2004 het ergste jaar sinds 1994, toen 157 journalisten overleden, voornamelijk in Rwanda, Bosnië, Tsjetsjenië, Somalië en Angola. "Het wereldwijde sterftecijfer voor journalisten en hun medewerkers is schrikbarend, en nergens meer dan in Irak, waar ongelofelijk dappere mannen en vrouwen dagelijks kogels, bommen en ontvoering riskeren", aldus directeur van het Veiligheidsinstituut Rodney Pinder.

Volgens Pinder zijn veel van de gesneuvelden opzettelijk gedood vanwege hun journalistieke werk. Hij riep regeringen op de daders intensiever te vervolgen.

Een paar van de in 2004 vermoorde journalisten zijn: Alberto Rivera Fernandez, die werd neergeschoten terwijl hij onderzoek deed naar corruptie in zijn geboorteland Peru; Paul Klebnikov, redacteur van de Russische editie van Forbes magazine, die werd neergeschoten door onbekenden toen hij zijn kantoor in Moskou verliet; en Dekendra Thapa uit Nepal, die werd gekidnapt en vermoord door maoïstische rebellen.

Meer info op de website van het Internationale Nieuws Veiligheidsinstituut: www.newssafety.com.