Doden bij autobomaanslagen in Bagdad en Balad

Twee zelfmoordaanslagen met een bomauto, vlakbij het partijhoofdkantoor van de Iraakse interim-premier Ayad Allawi in Bagdad en in de stad Balad, hebben maandag in totaal zeven mensen het leven gekost en 39 verwond.

AP Ned

Een derde bomaanslag, op een Amerikaans legerkonvooi bij een controlepost in de beveiligde Groene Zone in de hoofdstad, zou ook slachtoffers hebben geëist, maar hierover waren nog geen bijzonderheden bekend.

Allawi was op het moment van de aanslag niet aanwezig in het kantoor van zijn Iraaks Nationaal Akkoord in de westelijke wijk Harithiya. De bestuurder van de bomauto reed in op een politiebarricade vlakbij het kantoor. Behalve de bestuurder vonden twee politieagenten en een burger de dood; achttien politiemannen en zeven burgers raakten gewond. De aanslag veroorzaakte enorme chaos. Ooggetuigen zeiden dat na de explosie, die drie politievoertuigen in brand zette, met machinegeweren werd geschoten.

Bij de aanslag in Balad, tachtig kilometer ten noorden van Bagdad, kwamen vier leden van de Iraakse Nationale Garde om het leven. Ook de chauffeur van de bomauto kwam om. Zondag kwamen bij een aanslag met een autobom in Balad ook al zeker 22 gardisten en hun chauffeur om het leven. Bij andere aanslagen in Irak vonden zondag ten minste tien personen de dood. In Mosul kwam een Iraakse politieman om het leven en raakten twee collega's gewond toen zij een onthoofd lichaam wilden onderzoeken. Het lichaam bleek van explosieven te zijn voorzien.

De aanslaggolf is kennelijk gericht tegen de verkiezingen van 30 januari. Vooral leden van Iraakse ordediensten die voor het interim-bestuur werken, zoals de politie en de Nationale Garde, moeten het ontgelden. Vooraanstaande sjiitische leiders riepen zondag soennitische Irakezen op toch aan de verkiezingen deel te nemen om een burgeroorlog te vermijden. De sjiieten, die ongeveer 60 procent van de bevolking van 26 miljoen vormen, zijn voorstander van het doorgaan van de verkiezingen, omdat zij dan de macht kunnen claimen die decennialang onder het bewind van Saddam Hussein voor hen onbereikbaar was. Zij hopen dat de soennieten, die ongeveer 20 procent vormen, aan de verkiezingen zullen deelnemen zodat de uitslag wordt aanvaard.