Openbaar ministerie wil werkstraf in dopingzaak VDB

Het openbaar ministerie vroeg de Dendermondse strafrechter maandag om wielrenner Frank Vandenbroucke (30) een werkstraf op te leggen. Vandenbroucke moest voor de rechtbank verschijnen wegens het bezit van een hele reeks hormonen- en dopingproducten. Die werden in februari 2002 tijdens een huiszoeking in zijn toenmalige woning in Lebbeke aangetroffen. Meester Deleu vraagt de vrijspraak voor zijn cliënt. Hij houdt, net als voor de raadkamer, de stelling aan dat Vandenbroucke al gestraft werd door de disciplinaire commissie en dat de strafrechtbank onbevoegd is.

Belga

De dopingzaak rond Frank Vandenbroucke ging haast op absurde wijze aan het rollen, nadat de Franse verzorger Bernard Sainz op 27 februari 2002 tegengehouden werd na een snelheidscontrole. In de koffer van zijn voertuig vond de politie allerlei producten. Toen de man verklaarde dat hij net de nacht had doorgebracht bij wielrenner Vandenbroucke, volgde een huiszoeking in diens woning in Lebbeke. Speurders vonden er een hele resem aan medicijnen en producten. Het parket liet ze allemaal analyseren.

"Uit die analyses blijkt dat Vandenbroucke een massa vuiligheid slikte", vertelde procureur Philip Van Linthout maandag tijdens de zitting. "Veel producten kwamen van de Duitse en Spaanse markt. Er werd zelfs een gloednieuw product aangetroffen dat nog niet eens in België te krijgen was. Graag hadden we het dossier verder uitgespit om de grote garnalen in de hormonenhandel, de leveranciers, te vinden, maar Vandenbroucke koos er liever voor daarover te zwijgen." Van Linthout haalde ook de wijzigende verklaringen van de wielrenner aan. "Voor de onderzoeksrechter verklaarde hij dat hij zelf slachtoffer van de wielersport was. Dat iedereen er doping gebruikte en dat als je dat niet deed, je niet meekon met de rest. Later veranderde hij die verklaringen en vertelde hij dat hij niet het hele wielermilieu bedoelde, maar enkel voor zichzelf praatte. Problemen met de Nederlandse taal zouden aan de basis gelegen hebben van die wijzigingen."

De procureur beklemtoonde dat Vandenbroucke niet voor de rechter was gebracht, omdat hij nu eenmaal Vandenbroucke is. "Iedereen die hormonale producten bezit, moet zich in Dendermonde verantwoorden", klonk het. "Niemand mag nu eenmaal dergelijke producten in huis hebben. Die wet geldt voor alle Belgen, ook voor sporters."

Maar op dat vlak spreekt meester Deleu de procureur tegen. Volgens hem werd Vandenbroucke immers al gestraft door de disciplinaire commissie van de Vlaamse Gemeenschap en hoeft hij niet meer voor de rechter te verschijnen. "Als producten bij een topsporter in de voorbereiding van een wedstrijd gevonden worden, dan volstaan enkel disciplinaire maatregelen", haalt hij het decreet over deze materie aan. "De vordering van de procureur is dus niet ontvankelijk en de rechter niet bevoegd om nog eens te oordelen, nadat het Vlaamse Gewest dat al deed." Vonnis op 6 december.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Aangeboden door onze partners

Beste van Plus

Lees meer