Slachtoffers gifgasdrama India eisen hogere compensatie

Overlevenden van het gifgasdrama dat twintig jaar geleden aan vijftienduizend inwoners van de Indiase stad Bhopal het leven kostte, hebben de rechter gevraagd het smartengeld dat hun deze week is toegekend, met vier te vermenigvuldigen. Het bedrag van 260 miljoen euro moet over 572.000 mensen worden verdeeld en is bij lange na niet genoeg, zeggen zij.

AP Ned

Union Carbide, het Amerikaanse moederconcern van de pesticidenfabriek in Bhopal waar op 3 december 1984 het dodelijke methylisocyanaat ontsnapte, heeft de Indiase staat in 1989 369 miljoen euro compensatie betaald. Daarvan is echter maar een deel aan de slachtoffers gegeven. Dinsdag gelastte het hooggerechtshof de regering ook het restant uit te betalen. Verder onderschreef het hof de schatting van slachtoffergroepen dat het aantal mensen dat door de ramp is getroffen van de in 1989 geschatte 105.000 is opgelopen tot 572.000, doordat veel gevolgen pas later aan het licht traden en er kinderen met afwijkingen zijn geboren. Op grond daarvan vroegen de slachtoffers het hof het compensatiebedrag minstens met vier te vermenigvuldigen. Wie het hogere bedrag zou moeten betalen is nog onduidelijk. Union Carbide, dat nu onderdeel is van Dow Chemical, nam destijds de morele verantwoordelijkheid voor de ramp op zich, maar zei dat de lekkage was veroorzaakt door een ontevreden werknemer.

Donderdag vroegen de overlevenden op een persconferentie om meer steun. "Mijn man had een ijsfabriek en een kaarsenfabriek. Mijn man overleed en ik raakte alles kwijt. Ik moet een enorm bedrag uitgegeven voor de behandeling van mijn zoons en kleinkinderen", zei de 80-jarige Shanti Devi. Zij zou 100.000 roepie (zeventienhonderd) compensatie krijgen.