Maximumstraf op terrorismeproces Maaroufi

De (Franstalige) correctionele rechtbank in Brussel heeft vrijdag vier keer de maximumstraf van vijf jaar cel uitgesproken in het tweede terrorismeproces in België na de aanslagen van 11 september 2001.

Belga

De reeds veroordeelde terrorist Tarek Maaroufi kreeg geen nieuwe straf opgelegd. De rechtbank vond dat de zeven jaar celstraf die hij begin dit jaar van het hof van beroep kreeg in het eerste terrorismeproces, volstond.

Voor de strafrechtbank stonden tien personen terecht die ervan verdacht werden lid te zijn van twee vermeende terreurbendes die volgens de rechtbank met elkaar in contact stonden. Het groepje van de bekende Tunesische Belg Tarek Maaroufi, Driss Elatellah en de Irakese vluchteling Mohamed Saber had volgens de rechtbank regelmatige contacten met belangrijke al-Qaïda-personaliteiten in Pakistan en plaatselijke chefs van al-Qaïda-satellieten in Milaan en Madrid.

Een tweede, zevenkoppige bende jonge allochtonen uit het Brusselse werd er door de Staatsveiligheid van verdacht een aanslag te hebben beraamd op de Philips-toren in Brussel. Dat werd echter nooit bewezen, vond de rechtbank. Bij hen werden kalasjnikovs, granaten, een grote hoeveelheid cocaïne, documentatie over wapens en een indrukwekkende verzameling moslimfundamentalistische propaganda gevonden.

Het fundamentalistische gedachtegoed sloeg duidelijk aan bij deze "labiele" jongeren die duidelijk met heel gevaarlijke dingen bezig waren, vond de rechtbank. Bovendien hadden ze contacten met de drie die als al-Qaïda-satelliet functioneerden. Door hen kon de groep jongeren op elk ogenblik ingezet worden om tot actie over te gaan. Dat volstond voor de rechtbank om Youssef El Moumen en Karim Tarik de zwaarste straf op te leggen: vijf jaar celstraf plus tien jaar ontzetting uit hun burgerrechten. Toch vond de rechtbank niet dat de jongeren zelf deel uitmaakten van het terreurnetwerk, ondermeer omdat ze duidelijk ook een westerse levensstijl hadden.

Tarek Maaroufi werd in het eerste Belgische terrorismeproces van na de 11 september-aanslagen, samen met ex-voetballer Nizar Trabelsi, veroordeeld tot zeven jaar celstraf omdat hij vrijwilligers voor opleiding naar de Taliban in Afghanistan had uitgestuurd. Maaroufi wilde ze nadien inzetten voor zijn politieke strijd in Tunesië. De Tunesische Belg vond dat hij in dit proces nog eens voor diezelfde feiten terechtstond. De rechtbank was het daar niet mee eens. Ze vond dat Maaroufi deze keer eerder vervolgd werd voor het opbouwen van een hecht netwerk tussen alle terroristische groepjes in West-Europa. Toch oordeelde de rechtbank dat zijn vorige veroordeling van zeven jaar volstond en legde ze Maaroufi geen bijkomende straf op. Maaroufi werd ook op het GIA-proces in 1995 reeds veroordeeld tot drie jaar cel met uitstel.

Mohamed Saber beweerde voor de rechtbank dat hij enkel naar België was gekomen om het regime van Saddam Hoessein te ontvluchten, maar dat Maaroufi en Driss Elatellah hem zonder zijn medeweten hadden ingezet als contactpersoon met al-Qaïda. Ze deden dat omdat zijn telefoons niet zouden afgeluisterd worden. Saber moest de gecodeerde boodschapjes van terroristen in het buitenland doorgeven. De rechtbank vond echter dat hij een bewuste en leidinggevende functie had in het netwerk in België. Hij probeerde ook alle voorzorgen te nemen om zo weinig mogelijk sporen na te laten. Hij gebruikte acht telefoonnummers en elf toestellen om toch maar aan de telefoontaps te ontsnappen. Ook hij kreeg de maximumstraf van 5 jaar.

Driss Elatellah was volgens de rechtbank duidelijk een spilfiguur van al-Qaïda, ook al bleven de doelstellingen van het netwerk in België duister. Voldoende om hem ook vijf jaar op te leggen. Elattellah wilde zich niet voor de rechtbank verdedigen en bleef in zijn cel zitten. Alhoewel hij in gevangenschap zit, beval de rechtbank toch zijn onmiddellijke aanhouding.

De andere beklaagden van de groep allochtone Brusselaars, kregen straffen tot dertig maanden met uitstel voor de ene, en elf maanden effectief voor de ander. Eén beklaagde werd vrijgesproken. Een andere kreeg opschorting.