Amerikaanse soldaten weigeren missie uit angst voor aanval

Achttien Amerikaanse soldaten hebben onlangs geweigerd een vrachtwagenkonvooi te begeleiden doorheen een rebellerende Iraakse zone omdat ze vreesden dat hun voertuigen niet voldoende beschermd waren tegen aanvallen.

Belga

VS-generaal James Chambers liet zondag op een persconferentie weten dat er een onderzoek loopt naar dit "geïsoleerde" incident met betrekking tot een logistieke eenheid, met basis op zo'n 310 km ten zuiden van Bagdad.

Op 13 oktober weigerden achttien soldaten om zeven tankwagens te begeleiden die deel uitmaakten van een groter konvooi dat naar Taji (ten noorden van Bagdad) zou reizen, doorheen een rebellenzone.

De eenheid voert meestal missies uit in de relatief kalme regio waar ze gebaseerd is en de voertuigen die ze gebruikt, worden dus niet prioritair gepantserd, stelt Chambers.

De achttien soldaten die bij de zaak betrokken waren, werden ondervraagd en hebben hun werk intussen hervat, in afwachting van de conclusies van het onderzoek. De zaak lokte alvast heel wat protest uit in de VS.

Vorige week citeerde een Amerikaanse krant familieleden van de betrokken soldaten, die bevestigden dat de soldaten waren opgepakt, en overgebracht van hun kazerne naar tenten omdat ze de "zelfmoordmissie" hadden geweigerd.

Sinds het incident worden de missies van de eenheid opgeschort en de voertuigen worden gecontroleerd op veiligheid. Volgens generaal Chambers krijgen ook de soldaten een aangepaste opleiding. De generaal erkent dat de soldaten die militaire vrachtwagens besturen in Irak het gevaarlijkste werk hebben.

Dagelijks reizen er zo 250 konvooien door Irak. Door hun omvang zijn zulke konvooien makkelijke doelwitten. Volgens generaal Chambers kwamen 26 soldaten om bij hinderlagen of aanvallen op de 75.000 vrachtwagenmissies die sinds februari dit jaar werden uitgevoerd door het korps dat hij aanvoert.