Belgen niet kansloos

Print
ARE - Twee Belgen behaalden vorig jaar op de wereldkampioenschappen mountainbike een medaille. Zowel Filip Meirhaeghe als Roel Paulissen werden toen in het Canadese Mont Sainte Anne derde. De ene bij de eliten, de andere als belofte. Enkele jaren geleden had niemand dat mogelijk geacht. Een plaats bij de top-dertig was toen al een succes. Supporters raken echter snel verwend. Zondag staan Filip en Roel in het Zweedse Are voor een zware opgave. Beter doen dan vorig jaar zal niet makkelijk zijn. Maar ze geloven erin.
BR>
Coach José De Cauwer is een specialist in het motiveren van renners. «Ze moeten er in geloven,» vindt hij. «Wie zoals Meirhaeghe een wereldbekerwedstrijd kan winnen, kan ook wereldkampioen worden. De toppers zitten dit jaar zo dicht bij mekaar dat alles mogelijk is. In tien wereldbekerwedstrijden kregen we tien winnaars. Dat zegt alles over de nivellering aan de top. Bovendien treffen onze poulains hier een parcours om van te dromen. Zowel Meirhaeghe als Paulissen kunnen zich hierop uitleven. Lange beklimmingen en stevige afdalingen zijn spek voor hun bek. Roel kan bij het berop rijden demarreren. Filip is een specialist in het afdalen. En ook daar kan men op dit parcours een verschil maken. Het is een eerlijke omloop waar je overal vlot kan voorbij steken en waar de sterksten naar voor zullen komen. Wat niet altijd het geval is. Zoals onlangs tijdens de Europese kampioenschappen in Portugal. Het toppunt van een loterij. Zeven renners uit de eerste tien vielen uit. Men opperde toen om in de toekomst, net zoals bij het veldrijden, ook tijdens mountainbikewedstrijden materiaalposten uit te zetten. Voorlopig is nog niet iedereen daar voor te vinden en dat is jammer. Neem nu het EK als voorbeeld. Zo'n campagne kost de wielerbond al gauw een half miljoen. Dan is het toch betreurenswaardig dat vele renners door materiaalpech uitvallen nog voordat de wedstrijd goed is begonnen.»

Beroepsernst


De Belgische delegatie vertoeft al sinds vorige zaterdag in het killige Zweden. «Zeker niet te vroeg,» meent de coach. «Een mountainbikewedstrijd is iets heel anders dan een wegkoers. Parcourskennis is hier ontzettend belangrijk. En dat verandert bijna dagelijks. Het ideale traject van vandaag is morgen misschien anders. Wie een hoofdrol wil spelen hoort de omloop van naadje tot draadje in het hoofd te hebben. Met Rudy De Bie hebben we hier dan ook de ideale man op de ideale plaats. Vooral de jeugd heeft heel wat aan zijn technische raadgevingen. Ikzelf zorg ervoor dat iedereen voldoende beroepsernst aan de dag legt, dat de jongens voldoende rusten en onder meer op hun voeding letten. In het verleden werd daar geen rekening mee gehouden. Dat is de jongste jaren wel sterk verbeterd. Wellicht een van de redenen waarom de wereldtop momenteel vooral Europees getint is terwijl enkele jaren geleden nog de Amerikaanse mannen de lakens uitdeelden. Nu rest nog enkel Cadel Evans.»

Jeugd


De Cauwer ontfermt zich uiteraard niet alleen over de profs. Ook de jeugd mag op hem rekenen. Nu Paulissen elite is, moeten Trevisan en Coenen het vaandel bij de beloften hoog houden (zij rijden vandaag, nvdr). «Verwacht er echter niet te veel van,» smeekt De Cauwer. «Een podiumplaats is wellicht te hoog gegrepen. De nog maar negentienjarige Coenen reed weliswaar een schitterende wedstrijd in Houffalize. Hij was daar de tweede van zijn leeftijdscategorie. De toppers bij de beloften zijn meestal drie jaar ouder. Idem voor Trevisan. Als ze vrijdag bij de twintig besten eindigen, is dat al een schitterend resultaat. Dat geldt ook voor onze juniores Bart Aernouts en Damien Bynens.»