«F1 rijden is mijn droom»

Print
MARIEMBOURG - Wie de nieuwe Schumacher aan het werk wil zien, moet dit weekend naar de kartbaan in Mariembourg. In de buurt van Chimay blaast heel de wereldtop verzameling voor de meest prestigieuze eendagswedstrijd in de karting, het wereldkampioenschap. De Belgische hoop rust op Bruno Vroomen, een Antwerpenaar die begin dit jaar naar Italië verhuisde om voor een plaatselijk topteam te rijden. Op zijn achtste begon Vroomen te vroemen, op zijn 16de hield hij de school voor bekeken om zich nu, op zijn zeventiende, full-time toe te leggen op het karten.
BR>
- Een WK in België, is dat een voordeel voor jou?
«Niet echt. Mijn thuiscircuit ligt nu in Parma. Bovendien heeft een goeie piloot de piste na 25 ronden onder de knie. Die factor speelt dus niet zo'n rol. Hopen op plotse regen? Nee, ik heb het liever droog. Winnen in de regen, dat telt niet voor de Italianen. Het interesseert hen niet, ze hechten geen enkele waarde aan prestaties in de regen, omdat sommige chassis er gewoon niet marcheren.»
- Hoe kom jij eigenlijk in Italië terecht?
«Top-Kart heeft me opgebeld nadat ik vorig seizoen twee EK-manches had gewonnen. Ik woon nu vlak bij het thuiscircuit in Parma. Het team betaalt alles: eten, wonen en karten. Dat is niet weinig, want voor een seizoen mag je toch tellen op een budget van drie miljoen. Het enige dat ik moet doen, is rijden. Vooral veel testen. In het begin was het moeilijk. Ik had de taal niet onder de knie en kon niets uitleggen. Maar op een paar maanden tijd heb ik me het Italiaans eigen gemaakt.»
- GKS uit Genk leverde vorig jaar de Europees kampioen. Wat heeft een Italiaans kart-team dan meer dan een Belgisch?
«Budget. Italiaanse teams zijn sowieso beter, omdat ze een fabriek achter zich hebben. In België heb je alleen privé-teams, die hun materiaal bij die fabrieken moeten aankopen. Ze werken met kleinere budgetten, waardoor je als piloot moet betalen om te rijden. Bij de Italiaanse topteams hoeft dat niet. Als ik in 2000 in Italië blijf, krijg ik er wellicht zelfs een salaris bovenop. Mijn team behoort qua budget tot de absolute top, maar mist nog wat ervaring.»
- Alle jonge karters dromen van een carrière in de autosport. Jij ook?
«Ik hoop dat ik er geraak. Ik heb wat contacten in de Formule Ford en de Formule 3, de logische eerste stappen in de autosport. De droom is natuurlijk de Formule 1. Mijn favoriete piloot? Die is al dood: Ayrton Senna. Schumacher kan ik niet hebben. Hij is de beste, maar niet de sympathiekste.»

Heylen tegen de Italianen


MARIEMBOURG - Voor de derde keer in 36 jaar speelt België gastheer voor het WK karting in de twee topdivisies, de Formule A (FA) en de Formule Super A (FSA). De vorige Belgische editie vond in 1980 plaats in Nijvel, waar Europa voor het eerst kennismaakte met ene Ayrton Senna da Silva. De Braziliaan werd tweede. Dit jaar gaat de organisatie naar Mariembourg, even ten zuiden van Charleroi. De hele wereldelite tekent present en enkele landgenoten nemen de handschoen op. In de FSA is het vooral uitkijken naar Jan Heylen, de Gelenaar uit Zutendaal, die twee jaar geleden voor eigen volk een EK-manche won in Genk. De favorieten in de klasse komen uit Italië met een reeks ervaren twintigers die in de karting niets meer te leren hebben. Maar in tegenstelling tot generatiegenoot Jarno Trulli stappen ze niet over naar de autosport, omdat ze in de karting behoorlijk hun brood verdienen. Karting blijft de leerschool voor de autosport, maar wordt meer en meer ook een discipline op zich. In de FA is het uitkijken naar Bruno Vroomen en en Caren Burton. Vrijdag, zaterdag en zondagmorgen wordt zwaar geschift in tijdtrainingen en kwalificatie-heats, zondagnamiddag mogen 34 piloten starten in de eindfase.