«Ik kan wel klimmen»

PLA DE BERRET - Knappe stunt van Frank Vandenbroucke gisteren, maar ze viel niet echt op. Krullenbol Daniele Nardelo won immers de eerste Pyreneeënrit, hij was de friste van een uitgebluste kopgroep van 22 die zich met 9 minuten voorsprong naar de top van de slotklim hees. Voor de ritzege was daarmee het kalf verdronken, maar in de schaduw daarvan fietste VdB zowel Ullrich als Tonkov als Jimenez en Olano uit zijn wiel. De hinde deed de berggeiten pijn...
BR>
VdB was niet te stoppen. Op drie kilometer van de finish schakelde hij plots een tandje groter en haalde uit. In één ruk remonteerde hij nog een deel van de kopgroep. De kleine Colombiaan Parra fladderde de slotklim weliswaar het snelst omhoog, er werden tussen voet en top speciale tijdsopnames gedaan, maar Frank klokte de tweede chrono. Voor Jimenez, Ullrich, Tonkov, Heras, Blanco, Piepoli. In die volgorde.
Feit is dat Frank natuurlijk niet geviseerd werd door de toppers. Maar dat speelt geen rol, klinkt het optimist. «Belangrijk is dat ik niet eens moe ben. Die klim was niet lastig. Plots zag ik de doffe blik van Olano. Hij zat niet goed, hij had het moeilijk. Het viel ook op dat Jan Ullrich zo groot trapte, ik zag Tonkov zich klaarzetten en toen demarreerde ik. Ik had onmiddellijk vijf seconden,» glunderde Frank, maar hij pakte wel naast de ritzege. «Dat is niet erg, want met dit alles werk ik aan mijn toekomst. Stap voor stap. Ik ben aan het investeren. Vorig jaar vond ik me al een renner voor de rittenkoersen, maar ik kon niet klimmen. Ik wilde dat absoluut veranderen. Ik weet nu dat ik wel kan klimmen. Ik ben bergop 20 procent verbeterd in vergelijking met vorig jaar.»

Podium


Het zijn vooral ex-kampioenen die onder de indruk zijn van Franks stevige pedaalstoten bergop. «Hij is de enige die van het kleinste verzet een seconden later naar het grootste overschakelt. Iedereen verslikt zich in zoiets, terwijl hij steeds sneller gaat,» typeert Joop Zoetemelk met kennis van zaken de truuk van Frank. «Wat mij vooral verbaasde is dat ik zo snel zoveel tijd pakte. Ik vind het nu heel jammer dat ik zondag in de rit naar de Angliru twee keer ben gevallen en zo vier minuten kwijtspeelde. Anders had ik in deze Vuelta op het podium kunnen staan. Wat had men dan gezegd?»
Zelfvertrouwen heeft Frank altijd al te koop, ook nu, want onmiddelijk lanceert hij weer zijn plannen voor de Tour van volgend jaar. «Als ik in 2000 een deel van het seizoen op de Ronde toespits, gaan er mooie tijden voor het Belgische wielrennen aanbreken. Ik kan hoog scoren, maar er is nog werk aan de winkel,» beseft hij.
Met vandaag drie cols van eerste categorie en de slotklim naar Arcalis kan Frank natuurlijk op zijn bek gaan, maar dat schrikt hem niet af. «Ik houd er zelfs rekening mee dat het verkeerd gaat. Maar dat verandert mijn mening niet, want ik weet nu al waarom het kan mislukken. Ik mankeer gewoon de basisconditie voor een rittenkoers als deze. Ik heb té weinig competitie gehad,» legt hij uit, maar voegt er ogenblikkelijk en enthousiast aan toe dat hij zijn best zal doen. «Gezien de belangrijkheid van de etappe zullen velen van pure motivatie op hun tenen lopen. Ik kijk toe. Veronderstel dat ik er Olano en co opnieuw van langs geef...»