Olieprijs stijgt lichtjes na sabotage pijpleidingen zuid-Irak

Print
De olieprijs op de internationale markten steeg licht na het nieuws van de sabotage van acht oliepijpleidingen in het zuiden van Irak. Woensdagavond ontplofte ongeveer 20 kilometer ten zuiden van Basra een bom onder een brug, die instortte en acht oliepijpleidingen beschadigde.
Een verantwoordelijke van het Iraakse ministerie van Olie heeft de sabotage bevestigd en verklaarde dat de ze gevolgen zou hebben voor de olie-uitvoer van het land. Hij kon niet preciseren in welke mate de uitvoer zou verminderen.

In Londen steeg donderdag bij de opening, om 09.00 uur, de prijs van een vat Brent-olie met 22 dollarcent tot 40,90 dollar (voor een vat Brent-olie van de Noordzee met levering in oktober, referentie op de International Petroleum Exchange (IPE) in Londen).
In New York steeg de prijs tot 43,80 dollar, voor een vat met levering in oktober. De voorbije dagen was de prijs lichtjes gedaald; woensdag stond de prijs op 43,47 dollar.

De situatie in Irak, met de belegering van het mausoleum van imam Ali in Najaf en donderdagochtend nog een mortieraanval met zeker 29 doden in Koefa, creëert onzekerheid over de olie-uitvoer van het land, wat de olieprijs beïnvloedt.
Andere onzekerheden op het internationale vlak, zoals de politieke ontwikkelingen in Venezuela en de belastingproblemen van het Russische oliebedrijf Joekos, zijn dan weer positief geëvolueerd. Al bij al is de internationale oliemarkt dan ook weer wat gekalmeerd, na de recordprijs van bijna 50 dollar die vorige week werd bereikt (49,40 dollar op vrijdag 20/08).