Bloedige dag in Irak: 120 doden

Print
Honderdtwintig Irakezen, onder wie 35 rebellen, zijn woensdag in de loop van de bloedigste dag sinds de papieren machtsoverdracht in Irak omgekomen.
Die overdracht van de "soevereiniteit" door de Verenigde Staten aan de overgangsregering van ex-CIA- en MI6-medewerker Iyad Allawi had precies één maand geleden plaats. Bakoeba, dat zo'n 60 kilometer ten noorden van Bagdad ligt, betaalde de hoogste tol met 68 doden en 56 gewonden, aldus de laatste balans van de minister voor Gezondheid, Ala'a Abdessahab al-Aloean. Het gaat om één van de bloedigste aanslagen sinds de val van het oude regime van Saddam Hoessein, op 9 april 2003.

"De explosie van de bomauto vond plaats rond 9.30 uur plaatselijke tijd (7.30 uur onze tijd), net op het moment dat zo'n 250 kandidaat- politieagenten zich kwamen aanmelden bij het politiekantoor. Onder de kandidaten zijn 30 doden en 40 gewonden gevallen. Daarnaast kwamen ook 21 passagiers van een voorbijrijdende bus om het leven", aldus een woordvoerder van het ministerie voor Binnenlandse Zaken, Sabah Kadhem.

Volgens generaal Walid Khaled Abdel Salam, politiechef van de provincie Diyala, gaat het om een zelfmoordaanslag die bedoeld was om "kandidaten voor een functie binnen de ordediensten te terroriseren". Hij beschuldigde naar jonge traditie de groep Tawhid wal Jihad van de Jordaniër Abu Mussab al-Zarqawi -aan wie in het verleden al een hele waslijst aanslagen zijn toegeschreven, onder andere in Bakoeba- van de bloedige aanslag. De Jordaniër, die er tevens van verdacht wordt "banden" te hebben met Al-Qaida, wordt door het Amerikaanse leger -dat vorig jaar nog rapporteerde dat de man was gedood- beschouwd als de voornaamste geweldstoker in Irak.

Ook de rest van het land werd niet van het geweld gespaard. Zo zijn bij gevechten met de coalitietroepen in Soe'eira, ten zuiden van Bagdad, 35 rebellen en zeven leden van de Iraakse troepen gedood. Een veertigtal andere rebellen zou zijn gevangen genomen. Eerder had het ziekenhuis van Koet, in het zuiden van de regio, melding gemaakt van vijf doden onder de Iraakse troepen en 48 gewonden.

In de buurt van Fallujah, ten westen van Bagdad, kwamen vier Iraakse politieagenten om het leven bij een bomexplosie op een brug in Habaniah, zo'n 17 kilometer ten westen van de min of meer autonome stad in het soennitische hartland. Daarnaast verloren in de hoofstad twee burgers, onder wie een kind van dertien jaar, het leven bij een explosie van een projectiel.

Voorts werd in Ramadi een vrouw gedood en raakten vier andere mensen van hetzelfde gezin gewond bij conflicten tussen de rebellen en de Amerikaanse troepen. In Kirkuk kwamen twee Irakezen om bij een poging om een bom te plaatsen nabij een oliepijpleiding niet ver van de stad, en werd een agent door onbekenden doodgeschoten.

Het Amerikaanse leger meldde van zijn kant dat er bij een bomexplosie ten noorden van Bagdad dinsdag één Amerikaanse militair werd gedood en drie anderen gewond raakten. Dat brengt het dodental onder de Amerikaanse militairen volgens een balans op basis van cijfers van het Pentagon sinds het begin van de invasie in het land op 20 maart 2003, op meer dan 670.