Vervroegd pensioen te aantrekkelijk

Print
België scoort zwak inzake de arbeidsparticipatie van 55-plussers omdat de vervroegde uitstapregelingen financieel te aanlokkelijk zijn. Ouderen krijgen te weinig opleiding, de professionele mobiliteit is beperkt en de loonspanning tussen oudere en jongere werknemers is in ons land groter dan het EU-gemiddelde.
Allemaal redenen die de lage werkgelegenheidsgraad bij ouderen verklaren, zo zegt voorzitter Jan Smets van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW).

De werkzaamheidsgraad van 55-plussers bedraagt in België ongeveer 25 procent tegenover een Europees gemiddelde van 40 procent. De gemiddelde loopbaan van een Belgische man bedraagt 37 jaar, vier jaar minder dan een gemiddelde Europeaan en zes jaar minder dan in de Scandinavische landen.
Slechts 6 procent van de ouderen krijgt nog opleiding. Ook qua professionele mobiliteit scoort België vrij zwak. Op de totale groep van werkenden heeft 20 procent een anciënniteit van minder dan twee jaar. In het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen ligt dat veel hoger. Smets ziet voorts "een zeker negatief verband" tussen de loonspanning die er bestaat tussen oude en jonge werknemers en de lage werkgelegenheidsgraad.

In ons land zijn 254.000 personen (of 14 pct van de arbeidsmarkt) via brugpensioen of werkloosheid uitgetreden. Het is financieel nog veel te aantrekkelijk om vroegtijdig uit te treden. In veel gevallen houdt de werknemer bij brugpensioen 70 procent of meer over van zijn inkomen als weddetrekkende. Om daaraan te verhelpen moet het financieel verlies bij brugpensioen opgevoerd worden.

Voorzitter Jan Smets verwijst graag naar Denemarken om aan te tonen hoe het wel moet. De Deense overheid voerde de laatste jaren een actief arbeidsmarktbeleid. Vervroegde uittreding vóór 60 jaar is er uit den boze, de werkloosheidsuitkeringen zijn er gekoppeld aan de verplichting voor werkzoekenden om opleiding te volgen, de arbeidsmobiliteit ligt er een stuk hoger dan bij ons. De structurele werkloosheid is er sterk teruggedrongen.

Als er niet genoeg wordt gedaan om de werkgelegenheidsgraad op te trekken, zal de groei van het inkomen per inwoner of de welvaart van de Belg sterker vertragen. Met name Vlaanderen dreigt dan in de problemen te komen, omdat door de vergrijzing de bevolking op arbeidsleeftijd sterker afneemt dan in Brussel en Wallonië.
Het beleid moet zich niet enkel richten op de ouderen, zegt de Hoge Raad. De grote groep werkzoekenden moet aangesproken worden met begeleiding. Dat geldt in het bijzonder voor jongeren, vrouwen en allochtonen.