«Everts mist me»

Print
BUDDS CREEK - Zondag wordt in het Amerikaanse Budds Creek de laatste GP 250cc gereden. Een wedstrijd die in meerdere opzichten het etiket 'speciaal' krijgt opgeplakt. Eerst en vooral zullen Bolley (19 punten voorsprong) en Beirer er hun laatste duel voor de wereldtitel uitvechten. Ten tweede wil Stefan Everts er in de clinch gaan met de Amerikanen en met het duo Albertyn-Tortelli. Ook voor Marnicq Bervoets heeft deze GP een apart karakter: de Palenaar neemt in Budds Creek na 11 seizoenen afscheid van de kwartliterklasse. Volgend jaar gaat hij zijn geluk beproeven in de 500cc.
BR>
«Elf seizoenen in de 250cc... Tel daar mijn drie jaar 125cc bij en ik rij al 14 seizoenen het WK. Dat is al een hele carrière, hé. Daar heb ik nog niet bij stilgestaan. Eigenlijk heb ik elf mooie jaren achter de rug,» blikt Bervoets terug. «Eén ding ontbreekt natuurlijk: een wereldtitel. Ik ben er tweemaal heel dicht bij geweest. Helaas ben ik twee keer op iemand gebotst die als de beste motorcrosser aller tijden beschouwd wordt. Dus zijn mijn prestaties toch niet zo slecht. Maar de meeste mensen beseffen dat spijtig genoeg niet.»
Toch zindert die verloren titel in 1996 nog steeds na. «Omdat het allemaal niet meer sportief was. Eerst die benzine-affaire: eerst pakken ze Everts de punten af, dan krijgt hij ze weer terug. En dan de punten die ze me in Frankrijk afnemen omdat ik hulp had gekregen. Nee, dat was niet eerlijk. Het mooiste moment? Aan 1995 heb ik mooie herinneringen: Sylvain Geboers geloofde rotsvast in mij en het werd ook het jaar van de doorbraak. Toen realiseerde ik me pas dat ik bij de absolute top behoorde.»

Ousider


Volgend jaar komt de Palenaar uit in de 500cc voor het Yamaha-team van Rinaldi. «Ik had gemakkelijk nog een jaartje 250cc kunnen rijden, maar ik wilde echt naar de 500cc overstappen. Toen ik in 1993 tijdens de Naties in Schwanenstadt met een 500cc-motor had gereden, wist ik al dat ik ooit naar de zwaarste categorie zou gaan. Nu is het zover.»
En nu botst hij (zo goed als zeker) opnieuw op ... Stefan Everts. «Ongelooflijk hé. Dat had ik niet verwacht. Ik kon bij Jan de Groot blijven, maar koos voor de 500 omdat ik dan toch een jaartje zonder Everts kon rijden. Ach, ik denk dat hij mij mist (lacht). Aan de andere kant: ik heb niets te verliezen. Smets en Everts, samen toch goed voor 7 wereldtitels, starten als favoriet. Ik ben de outsider. Als ik wereldkampioen word, is dat een stunt. Wordt het één van hen, dan is dat normaal.»

Naties


Vooraleer hij in het WK 500cc stapt, moet hij nog eerst zijn laatste GP 250cc betwisten in Budds Creek. «Een wedstrijd als alle andere. Mijn hand is nog niet helemaal genezen, maar ik kan fatsoenlijk rijden. Het grootste probleem zijn die twee reeksen van 40 minuten. Ik hoop dat ik het kan volhouden. Ik weet absoluut niet wat ik er van mag verwachten. Ik ga gewoon alles geven. Hopelijk is dat genoeg om in schoonheid afscheid te nemen van de 250cc.»
Die GP wordt de laatste grote opdracht van het jaar voor de 30-jarige Palenaar. In het Naties-team is er immers geen plaats voor hem. «Dat doet wel pijn hoor. Ik was er sinds 1989 onafgebroken bij. Ik begrijp het niet. Ik ben toch meer waard dan Patrick Caps. Vooral de manier waarop het gegaan is steekt me tegen de borst. Journalisten hebben me op de hoogte gebracht dat ik er niet bij zou zijn. Van de Bond heb ik niets gehoord. En dan dat verhaaltje dat er geen geld is voor een reserve-piloot. Pfff, er zullen wel weer enkele dames van de Bondsmensen meegaan. Daar hebben ze wel centen voor.»