Gen dat verantwoordelijk is voor dyslexie ontdekt

Print
ANTWERPEN- Wetenschappers hebben een gen ontdekt dat verantwoordelijk zou zijn voor de ontwikkeling van dyslexie (het verminderend vermogen om te leren lezen). Het internationale team kwam meerbepaald tot de bevinding dat dyslexie het gevolg is van een defect van het gen DYX3 dat zich op het tweede chromosoom bevindt. De wetenschappers hebben de resultaten van hun onderzoek zopas gepubliceerd in het gespecialiseerde vakblad Journal of Medical Genetics. Vlaming Peter Raeymaekers, een Antwerps moleculair geneticus, was bij het Noors-Amerikaanse onderzoek betrokken.
BR>
«De groep heeft in Noorwegen een familie met een lang dyslectisch verleden onderzocht,» verduidelijkt Raeymaekers. «Een familie met bijna twintig gevallen van dyslexie kom je niet zo vaak tegen, vandaar dat het onderzoek zich in Noorwegen situeerde. Als je toegang krijgt tot zoveel verwante gevallen van dyslexie, is de kans op mooie resultaten groot. Het onderzoek ging meer dan vijf generaties terug.»
«De naam van de Noorse familie kende niemand, behalve een vertrouwensarts in Oslo. Logisch, het ging tenslotte om genetische informatie. Ik heb die mensen zelfs nooit gezien. Het bloed werd afgenomen in Oslo en geanalyseerd in Tromso, een stadje in het noorden van Noorwegen. Ik hield mij enkel bezig met de statistische analyse van het DNA. Een mens heeft 46 chromosomen, waaronder 22 identieke paren. Om te weten te komen waar het dyslectie-gen zat, hebben we de genen van alle familieleden volledig afgetast. We hebben het erfelijk materiaal stukje voor stukje bekeken en vergeleken. Mensen hebben 100.000 genen, wat maakt dat het hier om gigantische hoeveelheden informatie ging. Daarom hebben we statistische computerprogramma's op de gegevens los gelaten. Op die manier konden we achterhalen waar het gen aan de basis van dyslexie, precies ligt. Uiteindelijk bleek het bij de Noorse familie om het tweede chromosomenpaar te gaan, maar dat is zeker niet bij alle dyslectische mensen zo. Eerder onderzoek heeft immers al aangetoond dat het defecte gen ook op andere chromosomen kan zitten.»

Andere factoren


Het onderzoek heeft achttien maanden geduurd en tientallen miljoenen gekost. Het onderzoek maakt volgens Raeymaekers een beter inzicht in de werking van de hersenen en woordinterpretatie mogelijk. Ook op vlak van diagnose biedt het onderzoek voordelen, zeker voor de onderzochte familie. «Nu we weten waar we het dyslexie-gen bij de Noorse familie moeten zoeken, kunnen we makkelijker uitmaken of een kind het dyslexie-gen van zijn ouders heeft overgeërfd,» vervolgt de geneticus. «Als je dyslexie in een vroeg stadium vaststelt, kun je allicht eerder voor een aangepaste begeleiding zorgen. Prenataal genetisch onderzoek naar dyslexie lijkt me eerder overbodig. Dyslexie is ook geen dramatische ziekte. Je kan er makkelijk mee leren leven. Daarbij komt nog dat de genetische verklaring voor dyslexie beperkt is. Ook uitwendige factoren spelen een rol bij dyslexie. Het kan aan vanalles liggen: problemen bij de geboorte, voeding, schoolsysteem, noem maar op. Wat wel vast staat is dat bepaalde genen het risico op dyslexie vergroten. Als één kind van een eeneiige tweeling dyslexie heeft, dan is de kans dat de ander het ook heeft groot. Maar hoewel het erfelijk materiaal van de kinderen identiek is, zijn ze niet noodzakelijk allebei dyslectisch. Dit wijst erop dat dyslexie niet helemaal erfelijk bepaald is.»