«Ik ben geen tovenaar»

Print
Robert waseige
BR>BRUSSEL - Vertrouwen en geluk: dat zijn de medicijnen die de Rode Duivels hebben genezen. Wonderzalfjes of toverdrankjes beweert Robert Waseige zijn spelers niet te hebben gegeven. «Ik ben geen tovenaar», zegt Waseige. «Trouwens, anders lachen jullie mij uit als ik in Engeland een afstraffing krijg.»
«Ik vind het wat ambetant daarover te spreken», zegt Waseige. «Het is niet zo dat ik een boek opengeklapt heb waarin de oplossing stond. Er is geen truc. Ik ben mezelf gebleven, heb geen onnatuurlijke technieken aangewend. Wat in die anderhalve week is gebeurd, is geen abnormale evolutie. We zijn niet ineens een topploeg geworden. Deze groep heeft talent en is geëvolueerd van zwak naar heel sterk. Dat bewijst dat veel zich afspeelt in het hoofd. Ik heb veel aandacht besteed aan de ambiance. En ik heb geen angst uitgestraald. Ik heb durven spelen met een vier-vier-twee omdat ik wist dat we daar het potentieel voor hadden. En voor de rest hebben we misschien wat geluk gehad op het juiste moment.»
«Wat me enorm heeft plezierd, is de evolutie van de verdediging. Er zaten jongens op de wip na de match in Nederland. Ik heb de hele ploeg uitgedaagd de verdediging te redden. Ik wist dat de verdedigers tot beter in staat waren.»
Na Marokko zou Waseige afhakers à la Nilis of Scifo contacteren. De vraag rijst of dat na de shows van Rotterdam en Sclessin nog nodig is. «Ja, ik ga de lijst opvragen aan Karel Vertongen en iedereen opbellen. Ik ga ze niet aan de haren sleuren tot aan het bondsgebouw. Ik vind het erg als er jongens de nationale ploeg als een rotzaak beschouwen. Maar voor wie enthousiast is en in wereldvorm verkeert, is er altijd plaats. Al zal ik me het hoofd niet moeten breken om aanvallers te vinden. En al heb ik al een basis om mee te werken.»