Tsjetsjeense krijgsheer Basajev eist moordaanslag op Kadyrov op

De Tsjetsjeense krijgsheer Sjamil Basajev heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor de moordaanslag op de door Rusland gesteunde Tsjetsjeense president Achmad Kadyrov en gezworen de Russische autoriteiten met geweld te zullen blijven bestrijden.

AP Ned

Basajev, die zichzelf Abdullah Sjamil Abu Idris noemt, eiste de verantwoordelijkheid voor de aanslag van 9 mei op in een verklaring op een website van de Tsjetsjeense rebellen. Hij sprak van een kleine, maar belangrijke overwinning en zei dat andere, gelijksoortige operaties tegen wat hij collaborateurs noemde in voorbereiding zijn.

Kadyrov kwam om bij een aanslag in een stadion, waar hij een viering van de Russische dag van de overwinning bijwoonde. Afgezien van Kadyrov vielen er nog vijf doden. Voorts raakten zo'n zestig mensen gewond, onder wie de Russische bevelhebber van de troepen in Tsjetsjenië, kolonel-generaal Valeri Baranov, bij wie een been moest worden afgezet.

Basajev heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor veel terreurdaden, waaronder de gijzelactie in een Moskous theater in oktober 2002 en een recente serie zelfmoordaanslagen in Moskou en andere Russische steden. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zette Basajev verleden jaar op zijn officiële terroristenlijst, nadat Washington hem had gebrandmerkt als een gevaar voor de Verenigde Staten.