«Mijn tweede jeugd»

Print
NOORDWIJK - Tijden veranderen. Nog niet zo lang geleden bevatte het Nederlands elftal meerdere spelers die in ons land hun brood verdienden. Maar anno 1999? Barcelona, Manchester United, Arsenal, Juventus, ja. België, neen. Elke rood-geel-zwarte tint is uit Oranje verdwenen. Of toch niet helemaal: ook Peter Van Vossen was zaterdag van de partij in de Kuip. De hazenwind van Beveren en Anderlecht bleef dan wel negentig minuten op de bank, maar hij is weer helemaal terug.
BR>
«Het is intussen al zes jaar geleden dat ik Anderlecht de rug toekeerde. Bij Ajax beleefde ik een mooie tijd, maar uiteindelijk kon ik nooit een basisplaats verwerven. Iedereen noemde me de ideale twaalfde man. Voor een profvoetballer is dat niet voldoende. Maar de twee volgende clubs waren geen voltreffers. Bij Istanbulspor en Glasgow Rangers beleefde ik een rotperiode. Zowel sportief als privé. Ik zat in een sukkelstraatje.»

Feyenoord


Van Vossen had blijkbaar de indruk dat z'n carrière voorbij was?
«Nou, dat is misschien te sterk uitgedrukt, maar er waren momenten dat ik het niet meer zag zitten,» geeft de Zeeuw toe. «Maar ik wist wel dat, àls ik nog een kans zou krijgen, ik die met beide handen zou grijpen. Eerst onderhandelde ik met Vitesse, maar toen Feyenoord kwam, wist ik het meteen: het wordt daar of nooit meer. Ik had gelijk: in mei hotste ik met de kampioenschapsschaal door Rotterdam. Ik beleef mijn tweede jeugd.»
Met als toetje een plaats in de kern van Oranje.
«Beenhakker geeft me alle vrijheid op de linkerflank. Daar ligt ook mijn kracht. En als je vrank en vrij kan spelen bij een topclub, kom je vanzelf bij de nationale ploeg. Mijn goede relatie met Rijkaard staat daar los van. Ik heb mijn selecties dik verdiend. In Oranje-shirt heb ik steeds gepresteerd. Ik maakte ooit cruciale doelpunten tegen Polen, in Turkije, op Wembley. Ik heb een speciale band met het nationale team.»

Beveren


De 5-5 in de Kuip werd in ons land gevierd als een overwinning. Een welgekomen opsteker, het Belgisch voetbal beleeft zware tijden.
«Ik zag het in 1993 al aankomen,» beweert Van Vossen. «De topclubs begonnen toen al af te zakken. KV Mechelen en Standard kenden natuurlijk een spectaculaire inzinking, maar ook Anderlecht en Brugge verloren kwaliteit. Met alle respect, maar als Lierse en Genk, twee clubs die in mijn tijd zelfs niet in aanmerking kwamen voor Europees voetbal, kampioen worden: tja, dat geeft aan dat er iets misloopt. In Nederland zal pakweg Heerenveen nooit de titel pakken.»
Ook Beveren heeft het momenteel bijzonder moeilijk.
«Ik weet het, ik heb nog contact met mijn oude club. Vorige week kwamen zes Beverse supporters naar de Kuip om me aan te moedigen. Nadien hebben we even bijgepraat. Het doet me echt pijn te horen wat er allemaal gebeurt. Het was schitterend om op de Freethiel mijn carrière te beginnen. Voor een jonge kerel die zijn eerste stappen in het profvoetbal zet, is Beveren de perfecte club.»
Van Vossen zei eens dat je ooit naar Beveren zou terugkeren.
«Ik heb al zoveel gezegd,» lacht Van Vossen. «Onlangs dacht ik dat ik mijn loopbaan zou afsluiten bij Feyenoord. Maar nu ik het artikel in 'Voetbal International' gelezen heb, betwijfel ik dat serieus. (in het tijdschrift staat dat het bestuur van Feyenoord nog steeds twijfelt aan de kwaliteiten van Van Vossen, nvdr) Dat ze vorige week met Samardzic een andere linksbuiten gekocht hebben, is logisch: bij een topclub moet iedere positie dubbel bezet zijn. Maar toch, ik wil duidelijkheid over mijn situatie. Volgende week spreek ik met voorzitter Van den Herik.»