Budgettaire kost vergrijzing is 3,4 % van bbp tussen 2003 en 2030

De budgettaire kost van de vergrijzing bedraagt tussen 2003 en 2030 3,4 pct van het bruto binnenlands product. Dat is een zware, maar haalbare kaart, zo stelde premier Guy Verhofstadt vrijdag bij de ontvangst van het derde jaarverslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing.

Belga

De eerste minister leerde dat de nadruk moet liggen in het opkrikken van de werkgelegenheid. De commissie berekende immers dat de kosten van de vergrijzing door een toename van de activeringsgraad met 2,5 procent met 0,9 procent zouden dalen. Na 2008 dient de overheid bijzonder te waken over het beheersen van de kosten voor de gezondheidszorg. Voorts is er een verhoging van de productiviteit nodig.

Daarnaast wees Guy Verhofstadt nog op de noodzaak van de verdere opbouw van het Zilverfonds en van de tweede pensioenpijler. Hij riep de sociale partners op om bij de komende interprofessionele en sectorale onderhandelingen maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden die de tweede pensioenpijler bieden.

Begrotingsminister Johan Vande Lanotte wees erop dat de kost van 3,4 procent over 27 jaar neerkomt op een inspanning van 0,13 pct van het bbp, wat hem haalbaar lijkt "als we op tijd beginnen".

De commissie onderzocht dit jaar in welke mate de vergrijzing tot een grotere consumptie in de gezondheidszorg zal leiden. Indien de gezondheidszorgen van bejaarden viermaal meer zouden kosten dan vandaag, stijgen de uitgaven slechts met 0,8 pct van het bbp. Dat betekent volgens Vande Lanotte dat het risico op een ontsporing van de uitgaven erg klein is.