Brusselse luchtkwaliteit verbetert, ozon blijft probleem

De kwaliteit van de Brusselse lucht is er de jongste jaren op vooruit gegaan. Toch blijven er grote problemen bestaan op bepaalde drukke verkeersassen in het gewest.

Belga

Bovendien is er voor het ozonprobleem nog altijd geen oplossing gevonden. Dat blijkt uit meetresultaten van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM). De luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verbetert al een hele tijd. Zo stelde het BIM de laatste jaren een sterke vermindering vast van de concentraties lood en zwaveldioxide. Ook de hoeveelheid zwarte rook daalt voor het eerst in jaren. Sinds midden jaren '90 stelden onderzoekers een sterke stijging vast omwille van het fors toenemend aantal dieselvoertuigen. Die trend is nu omgebogen. De concentraties zakten tot het niveau van het begin van het vorig decennium.

Uit rapporten die het BIM tussen 1994-1996 en 1997-1999 opstelde, bleek dat de luchtverontreiniging in het Gewest vooral te wijten was aan het verkeer. Dat is nog steeds het geval. Sindsdien zijn er wel enkele belangrijke veranderingen opgetreden. Voor specifieke, verkeersgebonden verontreiniging stellen de meetpunten een vermindering vast. Dit is zo sinds het begin van de jaren '90 voor de concentraties koolstofmonoxide, stikstofmonoxide en stikstofoxiden. Intussen blijkt dat de waarden een minimumniveau bereiken. De gemiddelde concentraties benzeen, tolueen en xyleen zijn ook fors afgenomen.

Ozon blijft de meest gevaarlijke luchtvervuiler in het Brussels Gewest: de drempelwaarde voor de gezondheid wordt volgens het BIM te vaak overschreden. De onderzoekers stellen een lichte verhoging van de gemiddelde concentraties vast. De oorzaak zou een vermindering van de uitstoot van stikstofmonoxide zijn. Vreemd gevolg: ozon wordt minder snel afgebroken.

Nieuwe EU-richtlijnen leggen strengere normen op die vóór 1 januari 2005 of 2010 nageleefd moeten worden. Een haalbare klus voor zwaveldioxide, lood en koolstofmonoxide. Dat zal ook voor benzeen het geval zijn. Wat stikstofdioxide, ozon en PM10 betreft worden heel wat strengere normen voorgesteld. Het Brussels Gewest zal de normen voor PM10 waarschijnlijk niet halen.

Inzake stikstofoxiden (Nox) - die bevorderen de ozonproductie - worden de richtwaarden inzake volksgezondheid niet nagekomen op drukke verkeersaders. De verminderding van ozonvorming is pas mogelijk met drastische maatregelen. Die Nox-problematiek kan rechtstreeks door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden beheerd. Iets wat niet mogelijk is voor ozonvorming. Die moet op federaal en op Europees vlak worden geregeld. Volgens Brussels minister van Leefmilieu Gosuin kunnen de doelstellingen met de juiste maatregelen tegen 2010 worden bereikt.

De gegevens over de Brusselse luchtkwaliteit werden maandag bekend gemaakt tijdens de officiële voorstelling van de 'pollumeters' die momenteel in de hoofdstad worden geïnstalleerd. Er komen er zeven die de luchtkwaliteit gaan meten op de drukke verkeersassen van het gewest. Doel is de Brusselaar voortdurend op de hoogte houden van de kwaliteit van de lucht die hij inademt en autobestuurders eraan te herinneren dat ze de lucht vervuilen. De pollumeters zullen het peil van de luchtverontreiniging aanduiden via kleuren en cijfers. Een tweetalige boodschap informeert de Brusselaar over de waarden of mogelijke voorzorgen bij hoge pieken zoals ozonalarm.

De Brusselaars kunnen het peil van de luchtkwaliteit in het gewest overigens al enkele jaren raadplegen op de website van het Brusselse Instituut voor Milieubeheer (BIM). De website, www.ibgebim.be, waarschuwt wanneer de kwaliteit slecht wordt. Dat gebeurt onder meer bij mooi en warm zomerweer, wanneer veel ozon vrijkomt.