Kooi in kelder Marcinelle minuscuul bevonden

Iedereen die het huis van Marc Dutroux in Marcinelle dinsdag heeft bezocht, was verontwaardigd over de "kleine, minuscule" kooi in de kelder. De advocaten, slachtoffers en ouders van slachtoffers zeiden verbaasd te zijn door de engheid van de ruimte.

Belga

De twaalf betonnen treden die naar de kelder leiden, zijn smal en steil. De kelder zelf is lang en smal. De ingang van de kooi bevindt zich aan de linkerkant, op ongeveer 50 centimeter boven de grond. De deur die de ingang van de kooi moest verbergen, is klein. De deur gaat open via een railsysteem. Om toegang te krijgen tot de kooi moet men een opstapje maken.

Voor de kooi bevindt zich een hek. De kooi zelf is 2,34 meter lang, 99 centimeter breed en 1,61 meter hoog. Aan de linkerkant bevindt zich een rek. De muren zijn geel en op de linkermuur staat de naam "Julie" te lezen. De moeder van het meisje erkende het handschrift van haar dochtertje toen ze de kooi acht jaar geleden bezocht. "Het is onmogelijk dat de meisjes drie maanden in deze kooi vertoefden", zei Jean-Denis Lejeune, de vader van Julie, toen hij de kooi had gezien. "Stel u voor dat er nog een bed, een emmer en voedsel in de ruimte stonden".

Naast de kelder telt het huis van Marc Dutroux een gelijkvloerse en een eerste verdieping. De voordeur komt uit op een eerste ruimte, waarin nog wat speelgoed staat. In een volgende kamer bevindt zich de luchtpijp van de kooi in de kelder. Daarna ligt de keuken en achter de keuken bevindt zich de badkamer.

Een smalle trap in vermolmd hout leidt naar de eerste verdieping. Twee deuren geven uit op de overloop. Eén deur geeft toegang tot de vroegere kamer van Dutroux, waar hij zijn slachtoffertjes verkrachtte. Sabine noemde deze kamer "de lijdenskamer". In de kleine ruimte bevinden zich een groot bed, gemaakt in donkerbruin hout, en talrijke kasten. Op een van de ramen zijn sporen te zien van wat lijkt op een kinderhand. Het geluid van voorbijrijdende treinen is goed te horen.

Op de andere deur zijn verschillende stickers gekleefd. In deze kamer staat een ijzeren stapelbed. Aan dit bed werden de jonge slachtoffers van Dutroux vastgeketend. An en Eefje brachten er de meeste tijd door. Een raam geeft uit op een plat dak, dat door verschillende buren kan worden gezien. Via dit raam probeerde Eefje ooit te ontsnappen, maar ze werd onmiddellijk opnieuw gevat door Dutroux.

Uit het dossier blijkt dat 11 mensen zich op een bepaald moment samen in het huis bevonden: Marc Dutroux, Michel Lelièvre, Bernard Weinstein, Julie, Mélissa, An, Eefje en Michelle Martin en haar drie kinderen. Sarah Pollet, de advocate van Michelle Martin, en Georges-Henri Beauthier, de raadgever van Laetitia, achten dit onmogelijk. "Dutroux zegt dat hij hemel en aarde heeft moeten bewegen opdat de kleine kinderen (Julie en Mélissa) de grote (An en Eefje) niet zouden zien. Maar nu we het huis hebben gezien, lijkt het me onmogelijk dat ze hier allemaal op hetzelfde moment waren", zei Beauthier bij het buitenkomen van het huis. Volgens meester Pollet "is het duidelijk dat Michelle Martin en haar kinderen zich niet in het huis bevonden toen de slachtoffers er waren".