El Niño valt beter te voorspellen dan gedacht

El Niño, de periodieke opwarming van het water van de Grote Oceaan rond de evenaar, is volgens onderzoekers van de Universiteit van Columbia beter te voorspellen dan tot nu toe werd gedacht.

AP Ned

Met de methode die zij hebben ontwikkeld kunnen zij heftige El Niño's al twee jaar van tevoren zien aankomen. De komende twee jaar wordt er geen El Niño verwacht, zei onderzoeker Dake Chen, die verslag doet van het onderzoek in het tijdschrift Nature dat donderdag uitkomt.

Na metingen van de temperatuur aan het zeeoppervlak uit de periode 1980-2000 te hebben gekoppeld aan de verschijningen van El Niño, konden de onderzoekers met het zo ontstane computermodel aan de hand van oudere temperatuurgegevens verschijningen van El Niño anticiperen vanaf 1857.

Er bestonden al andere methodes om El Niño te voorspellen. Sommige daarvan kondigden de verschijning in 1997 enkele maanden van te voren aan. Omdat deze methodes behalve temperatuur ook gegevens gebruiken die alleen de laatste tientallen jaren worden bijgehouden, konden zij lang niet zo ver teruggaan als de nu ontwikkelde methode.

El Niño ontstaat meestal tussen april en juni en bereikt zijn hoogtepunt tussen december en februari. Het verschijnsel doet zich voor met tussenpozen van twee tot zeven jaar. Het zorgt voor wereldwijde klimaat- en neerslagschommelingen die vaak rampzalig uitpakken. De El Niño van 1997 heeft wereldwijd naar schatting twintig miljard dollar schade veroorzaakt. De El Niño van 1877 ging gepaard met het uitblijven van de moesson in India, waardoor een hongersnood ontstond die aan misschien wel veertig miljoen mensen in India en China het leven heeft gekost.