Baas Chinese oliegigant ontslagen vanwege gasramp

De baas van China's grootste oliemaatschappij is ontslagen in verband met de lekkage van gifgas uit een oliebron in het zuidwesten van China, waardoor in december 243 mensen om het leven kwamen, meer dan negenduizend gewond raakten en zestigduizend moesten vluchten. Het Chinese kabinet ging woensdag akkoord met het aftreden van Ma Fucai als president-directeur van de Chinese Nationale Petroleummaatschappij (CNPC).

AP Ned

De 57-jarige Ma is de hoogste Chinese industrieel die zijn baan verliest vanwege een bedrijfsongeluk. Premier Wen Jiabao zei dat het ontslag aantoont dat de Chinese leiders "zeer verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van leven en bezittingen van de bevolking".

Onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de gasramp is veroorzaakt door nalatigheid van medewerkers van de oliemaatschappij PetroChina, een dochter van CNPC. Zeker zes medewerkers zijn gearresteerd en de onderdirecteur is ontslagen. Ma is voorzitter van de raad van bestuur van de dochtermaatschappij. Tot een wettelijk verplichte bijeenkomst van de raad heeft plaatsgevonden blijft hij die functie uitoefenen, liet het bedrijf weten aan toezichthouders bij de beurs van Hongkong, waar Petrochina staat genoteerd.

Sinds enkele jaren worden bedrijfsongelukken in China vaak gevolgd door ontslag van topfunctionarissen. Toen de Chinese regering een jaar geleden verwijten kreeg dat zij te laat had gereageerd op het uitbreken van de longziekte SARS werd minister van volksgezondheid Zhang Wenkang vervangen.

Ma heeft zijn sporen verdiend in de Chinese staatsolieindustrie. Recent heeft hij PetroChina gesaneerd, waarna het bedrijf voor 2,9 miljard dollar aan buitenlandse beleggers werd verkocht. Hij was kandidaat voor het gouverneurschap van de belangrijke oostelijke provincie Shandong. Of die functie nog voor hem openstaat is niet bekend. Zhang werd na zijn ontslag als minister aan het hoofd gesteld van een belangrijk waterproject.