"Koizumi buigt niet voor terroristen"

De Japanse premier Junichiro Koizumi heeft vrijdag gezegd dat de Japanse militairen in Irak blijven, ondanks het dreigement van terroristen om drie ontvoerde Japanners levend te verbranden als de Japanse troepen niet binnen drie dagen worden teruggetrokken.

AP Ned

"Wij kunnen niet buigen voor de lafhartige dreigementen van terroristen", zei Koizumi. Hij riep zijn kabinet voor spoedberaad bijeen en vormde een werkgroep onder leiding van kabinetschef Yasuo Fukuda die het Japanse antwoord op de gijzeling moet coördineren. Vermoedelijk zal de premier de Verenigde Staten om hulp vragen wanneer vice-president Dick Cheney dit weekeinde in Tokyo op bezoek komt.

Fukuda zei dat de regering geen enkel contact heeft met de ontvoerders, een voorheen onbekende groep die zich de Mujahedeen Eskaders noemt. De groep bezorgde donderdag een videoband bij de televisiezender Al-Jazeera waarop te zien is hoe de geblinddoekte hulpverleners Noriaki Imai (18) en Nahoko Takato (34) en de freelance-fotograaf Soichiro Koriyama (32) door vier gemaskerde mannen liggend op de grond met vuurwapens en messen worden bedreigd.

De beelden werden keer op keer op Japanse televisiezenders herhaald. Familieleden van de gijzelaars reisden naar Tokyo om met minister van buitenlandse zaken Yoriko Kawaguchi te praten en voor terugtrekking van de Japanse troepen te pleiten. Voor het bureau van premier Koizumi verzamelden zich enkele tientallen mensen die opriepen niet mee te doen aan de bezetting van Irak.

In Japan bestaat veel verzet tegen het besluit van de regering-Koizumi om elfhonderd militairen naar Irak te sturen om te helpen bij de wederopbouw. Er moest vorig jaar in het parlement speciale wetgeving voor worden aangenomen. Mogelijk zal Koizumi er op worden afgerekend in juli, wanneer er verkiezingen voor het Japanse hogerhuis worden gehouden.

In Irak is donderdag ook een groep Zuid-Koreanen korte tijd ontvoerd geweest. Het ging om zeven zendelingen die vanuit Amman in Jordanië onderweg waren naar Mosul. De Zuid-Koreanen werden ongedeerd vrijgelaten nadat zij hun gijzelnemers ervan hadden weten te overtuigen dat zij artsen en verpleegkundigen waren. "Omdat ze ons zouden vermoorden als wij ze zouden vertellen dat we hier waren om het evangelie te verspreiden, zeiden wij dat wij in Zuid-Korea sportmasseurs waren en dat wij naar Irak waren gekomen om te helpen", zei Hur Min-young in een telefonisch vraaggesprek met de Zuid-Koreaanse radiozender CBS. "Ze vroegen ons dat te bewijzen. Dus gaven we hun een massage op de kale vloer. Daarna veranderde hun houding totaal." De Zuid-Koreanen kregen hun paspoorten en bagage terug en werden in Bagdad afgezet bij het Palestine-hotel.

Hur zei in gevangenschap ook Japanners te hebben gezien. Het is onduidelijk of zij dezelfden zijn die in de videoband op Al-Jazeera te zien waren.

De Zuid-Koreaanse regering heeft Zuid-Koreaanse staatsburgers verboden zonder haar toestemming naar Irak te reizen, maar blijft bij haar voornemen om 3.600 militairen naar het land te sturen. In de zuidelijke stad Nasiriyah zijn al bijna een jaar 460 artsen, verplegers en werktuigkundigen van het Zuid-Koreaanse leger gestationeerd. Zij keren terug zodra de nieuwe troepen zijn aangekomen.