China erkent privébezit en mensenrechten

China heeft zondag het recht op privébezit opgenomen in de grondwet en ondernemers uitgenodigd om lid te worden van de communistische partij. Al was dat voornamelijk symbolisch, ooit was het ondenkbaar in de Volksrepubliek China.

AP Ned

Het Chinese parlement, het Volkscongres, rondde zijn jaarlijkse vergadering af. Die was anderhalve week eerder begonnen. Ondanks de economische liberalisering in China verliep de stemming in het parlement over de grondwetswijziging naar goed communistisch gebruik: 2.863 van de 2.904 afgevaardigden stemden voor, tien tegen en er waren zeventien onthoudingen. "Het hoge aantal ja-stemmen wijst uit dat de wijzigingen de wil van het Chinese volk weerspiegelen", sprak premier Wen Jiabao.

Toen de communisten in 1949 aan de macht kwamen, schaften zij het privébezit af. Inmiddels heeft China al lang weer wetten op privébezit, maar nu miljoenen Chinezen bedrijven beginnen en huizen en aandelen kopen, is het tijd geworden voor grondwettelijke garanties. Ondernemers spelen een centrale rol in het streven van de communistische partij naar aanhoudende economische groei in zowel de kustgebieden als het achtergebleven binnenland. De bepaling over mensenrechten is ook uniek, maar rijkelijk vaag. Het recht op vrijheid van meningsuiting ontbreekt. Er staat alleen: "De staat respecteert en beschermt de mensenrechten."

Verklaringen van deze strekking heeft de regering al eerder afgelegd, maar China ligt in het Westen nog steeds onder vuur wegens onder meer de vervolging van dissidenten.

De partij legde er dit jaar de nadruk op dat de economische groei in de steden niet ten koste mag gaan van de 800 miljoen veelal armlastige Chinezen op het platteland. De regering vreest voor instabiliteit als de levensstandaard van de boerenbevolking niet omhoog gaat. Afgevaardigden, regeringsleden en de Chinese staatsmedia hebben de nieuwe slogan de afgelopen dagen te pas en te onpas gebruikt: "Mensen komen op de eerste plaats."

Wen zei verder dat de regering de economische groei dit jaar binnen de perken wil houden, omdat het gevaar voor oververhitting van de economie (en, daarmee gepaard gaand, inflatie) dreigt. De Chinese economie is vorig jaar met 9,1 procent gegroeid. Dit jaar moet de groei uitkomen op 7 procent. China heeft verder te weinig grondstoffen en energie in huis. "Als we er niet in slagen goed met de situatie om te gaan, zijn economische tegenslagen onvermijdelijk", zei Wen op een zeldzame persconferentie.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Aangeboden door onze partners

Beste van Plus

Lees meer