40 jaar Rode Ridder en 56 jaar Karel Biddeloo

Print
WUUSTWEZEL - De Rode Ridder, Vlaanderens enige superheld (sorry, Jacques Vermeire), is er veertig. Hoewel dé ridder van Vlaanderen in stripvorm pas voor het eerst opduikt op 5 november 1959, vieren ze Zijne Veertigjarige nu zaterdag al uitgebreid. In Hasselt warempel.
BR>Op die nu zilvergrijze boekjes staat nog altijd Willy Vandersteen. Binnenin, in een veel kleiner lettertype, staat Karel Biddeloo. En omdat het personage nooit van hem zal zijn, heeft Karel Biddeloo gewoon de zaak omgedraaid. Hij hoort aan de Ridder toe. En al zijn er wel eens vage plannen om ooit iets te doen met mistige Londense verhalen, de Ridder laat zijn tekenaar niet los. Want een ridder blijft trouw, ook al is de oplage niet meer wat ze ooit geweest is (45.000 momenteel). Een ridder kijkt niet om. Terwijl we dat nu net van plan waren.

De eigenlijke thuisbasis van de Rode Ridder is niet het Kasteel van Horst, nog minder Camelot (waarnaar Biddeloo overigens teruggrijpt met de huidige cyclus van 'De kronieken van Merlijn'), maar wel een diep verborgen landhuisje in Wuustwezel. Waarom? Omdat Galaxa er bijvoorbeeld de deur opendoet. Op haar identiteitskaart staat dan wel Urssla Lundmark, sinds 11 jaar is de Zweedse met een charmante Antwerpse tongval de vrouw en ook wel de muze van Karel Biddeloo. Galaxa was toen al wel gecreëerd door Biddeloo, maar het mag duidelijk zijn dat de tekenaar in zijn privé-leven de smaak van zijn ridder volgt.
«Komaan,» lacht Galaxa, en suggereert met een breed gebaar de boezemmaat van de papieren Galaxa. Maar toch..., hier worden Vlaamse jongens stil van.

Ongeval


Urssla Lundmark was vijftien toen ze in België belandde en heeft ooit nog ballet gedanst. Nu is ze vooral de muze van Karel Biddeloo. Ze fluistert hem wel eens een verhaal in en attendeert hem op foutje. Zoals zovele striptekenaarsvrouwen heeft ze jarenlang manlief zijn strip ingekleurd. «Nu niet meer,» zucht ze. «Het moet nu allemaal met de computer en dat is voor een strip als De Rode Ridder echt niet te doen. Het is jammer dat het ambachtelijke weggaat.»
Geen kinderen ten huize Biddeloo, wel drie ongelooflijk mooie Ragdoll-poezen en een Malteser. Er is dus tijd voor de man. En voor de ridder. «Ik was eens gekwetst aan mijn hand,» herinnert Karel Biddeloo zich. «En toch moest ik het weekend doorwerken, zoals zo vaak. Wel dan houdt ze mijn hand vast, dat ik toch nog kan voortdoen.»
Ooit was het erger. De dag na hun huwelijk schiet iemand in een schietclub - Karel Biddeloo heeft een indrukwekkende collectie houw- en schietwapens - in de tekenaar zijn linkeroog. Met los kruit, maar toch... Sinds die dag heeft hij vijftig procent minder zicht in dat oog. «Vier dagen in het ziekenhuis, en wanneer ik er uitkom, verneem ik dat men al stilletjes op zoek was naar een andere tekenaar voor de Rode Ridder. Kijk, dat zijn dingen die ik nooit zal vergeten.»

Snel


Een ridder laat zijn tekenaar niet los... Sinds 1969, sinds 'Drie huurlingen', verhaal 44 in de reeks, staat Biddeloo helemaal alleen in voor De Rode Ridder. Bahaal was er al wel, Galaxa nog niet. Vandersteen zat alweer met andere projecten in zijn hoofd en wilde de Ridder, toch op het eind van de Ronde Tafel-cyclus, zelfs doen sterven. De Rode Ridder was ten slotte niet zijn vondst, maar een stripbewerking van Leopold Vermeirens creatie in 1945. Handige Vandersteen haalt De Rode Ridder in 1959 binnen de vesting van Standaard Uitgeverij. Liever dàt dan dat anderen, buiten zijn controle, een concurrerende stripreeks zouden opzetten. Allemaal goed, maar tien jaar later laat assistent Biddeloo zijn ridder niet los. «Van Vandersteen heb ik vrij snel carte blanche gekregen. Het moest vooruitgaan bij hem. Niet zeuren, werken. Pas op, hij was een goeie baas. Maar toch, ik heb nu nog altijd dat opgejaagde. Nog van in de tijd van Studio Vandersteen. Tijdens signeersessies werk ik ook altijd heel snel. Andere tekenaars, dikwijls Franstaligen, werken op hun dooie gemak, terwijl er voor hen misschien wel een file van vijftig man staat.»

Compromis


De Rode Ridder is Biddeloo's leven. En hij verdedigt zijn strip met sterke argumenten. Ook als hij commentaar hoort dat het karakter van zijn Ridder niet meer zo in deze Zeitgeist lijkt te passen. «De Rode Ridder is geen historische strip. Want een echte historische strip is voorspelbaar. Laat ze maar lachen met de geschiedenis in de Rode Ridder. Maar draai de rollen eens om. Als Middeleeuwers naar onze tijd zouden kijken, dan kwamen ze wellicht niet meer bij van het gieren. Al die compromissen, het gesjoemel... Zo is een ridder niet: die sluit geen compromissen, die aanvaardt geen steekpenningen. Een ridder doet door. Dat is ook de reden van zijn voortbestaan.»
Dat hij nog lang moge leven.