«Het mocht niet zijn»

Print
Genk
BR>1 -
Lierse
3

GENK - Het Belgisch voetbal in een dramatisch diep dal? Daar viel gisteren in een weer bijna eivol Fenix-stadion geen barst van te merken. Dit was propaganda voor het voetbal, een opwaardering van de Supercup, toch het stiefkind van de Bond. Genk en Lierse maakten er een spetterende vertoning van. Verrassende vaststelling daarbij: de thuisploeg, zondermeer zwaarder gehavend dan de Pallieters, domineerde het gebeuren in grote lijnen maar wist dat overwicht helaas niet in keiharde cijfers uit te drukken. Zo kon Lierse in de slotfase op een diefje nog de tweede Supercup in drie jaar tijd op het palmares bijschrijven. Geen nood echter voor Racing: Heyligen beschikt over een schitterende bank. De doublures grepen gisteren resoluut hun kans.

Keerpunt in de match was ongetwijfeld de gemiste penalty van Besnik Hasi halverwege de tweede helft. «Ach, ik mag onze supporters toch niet te zeer verwennen», grinnikte de Albanese Kosovaar in een eerste reactie. «Hadden we met deze ploeg de Supercup gepakt, dan zou iedereen gaan zweven. Nee, alle gekheid op een stokje: ik had hem er natuurlijk dolgraag binnengetrapt. Dan hadden we de wedstrijd waarschijnlijk in ons voordeel beslecht. Maar het mocht niet zijn. Bij afwezigheid van Branko Strupar vond ik dat ik mijn verantwoordelijkheid moest opnemen. Maar achteraf gezien, had ik dat beter niet gedaan. Spijtig voor de groep, want ik denk dat wij de overwinning verdienden. Ik was aangenaam verrast door het niveau dat we haalden. Zoveel te beter. De jongens die tot nu toe weinig aan de bak kwamen, hebben getoond tot wat ze in staat zijn. Een prettige vaststelling. Want, geloof me, we gaan iedereen nog hard nodig hebben.»

Caushllari


Eén van die lichtpunten was Ilir Caushllari. De Albanees nam op de rechterflank een aarzelende start. Maar manifesteerde zich nadien als een klasbak. Leuke dribbelnummers, messcherpe voorzetten,... Bij veel andere Belgische eersteklassers zou hij zonder enige twijfel een basisplaats opeisen. «Toch maakt me dat niet ongelukkig», aldus Ilir, die voorlopig nog de hulp van tolk Branko Strupar kan gebruiken om zich verstaanbaar te maken. «Als de club goed draait, deel ik in de vreugde. En op dit ogenblik mogen we niet klagen. Oké, het resultaat van vanavond valt tegen. Maar dat is ook het enige minpunt. Voor de rust namen wij na een kwartier resoluut de touwtjes in handen. We losten die pas in de slotminuten, toen we door een countersterk Lierse onderuit werden gehaald. Onverdiend, want in de tussenliggende periode waren wij zondermeer de betere ploeg. Maar jammer genoeg koop je daar niks voor, als je niet tot scoren komt. Toch is dit een opsteker voor de hele spelersgroep. Het publiek heeft kunnen zien dat ook wij kunnen voetballen. Dat is de belangrijkste conclusie. De mensen mogen op hun beide oren slapen. Als iemand van de basis gekwetst geraakt, staat er iemand klaar om hem waardig te vervangen.»
Een axioma dat zeker opgaat voor Marc Vangronsveld, al is dat natuurlijk geen nieuws meer. Marc trok als vanouds zijn streng op de libero, maar moest in de laatste minuten samen met zijn medemaats het hoofd buigen. «Benutten we de kansen, dan pakken we de Supercup met 3 of 4-1. Maar goed, dat mag ons niet doen vergeten dat dit een prima wedstrijd van Genk was. Voor de rest heb ik me min of meer geschikt in mijn lot. Uiteraard kan je als speler niet tevreden zijn, als je nauwelijks aan de bak komt. Maar ik maak er me niet zo druk meer in als vorig seizoen. Ik heb een besluit genomen. Ik ben gebleven. Nu is het aan mij om me op de voorgrond te werken. Ik blijf positief ingesteld. Mocht zich een ploeg melden voor mij, dan zal ik het aanbod serieus overwegen. Maar tot nader order stel ik me voor honderd procent in dienst van de club. Per slot van rekening voel ik nu de appreciatie die ik lang gemist heb. En mijn contract is vanzelfsprekend ook niet mis.»