Ronde van België 2004 door de drie gemeenschappen

Maandag werd op het stadhuis van Mechelen de derde editie van de "nieuwe" Ronde van België voorgesteld, de 74e in totaal.

Belga

Opmerkelijkste verandering in vergelijking met de twee vorige edities is, naast de promotie van categorie 2.3 naar 2.2, dat de Ronde dit jaar zowel in Vlaanderen, Wallonië als de Oostkantons passeert. De Ronde van België wordt opnieuw gereden met 15 ploegen van 8 renners, maar door de categorieverhoging kunnen die renners meer geld en UCI-punten verdienen. Aan de Ronde zijn in totaal 1017 UCI-punten verbonden, waarvan er 120 naar de eindwinnaar (zwarte trui) gaan. De eindwinnaars van het puntenklassement (gele trui) en het knelspurtenklassement (rode trui) krijgen geen UCI-punten, maar wel geldprijzen. De etappewinnaars krijgen 20 punten.

De startplaats blijft, met Oostende, dezelfde als in 2002 en 2003. Op dinsdag 18 mei vindt de traditionele ploegenpresentatie plaats op het Wapenplein, en zowel de eerste rit, met de aankomst eveneens in Oostende, als de tweede, met aankomst in Knokke-Heist, hebben Oostende als startplaats. Deze eerste twee etappes zijn vlakke ritten, ideaal voor spurters. Beide ritten sluiten af met een aantal plaatselijke ronden, en om de toeschouwers nog meer spektakel te bieden, werden de knelspurten in die plaatselijke ronden gelegd. Op vrijdag 21 mei trekt het peloton van Knokke-Heist naar Buggenhout, over onder meer de Berendries, de Muur, de Bosberg en de Bruine Put. In vergelijking met vorig jaar is deze derde etappe een 30-tal kilometer korter gemaakt (194 km).

Zaterdag 22 mei wordt een hoogdag voor Mechelen, met in de voormiddag een tijdrit over 13 km, en in de namiddag een rit in lijn, die afgesloten wordt met een aantal lokale ronden door het centrum. Op de slotdag doet de vernieuwde Ronde van België voor het eerste het duitstalige gedeelte van ons land aan. De langste rit van de Ronde (224 km), met vertrek in Ans, komt namelijk aan in Eupen. Met een 12-tal hellingen lijkt deze rit nog voor heel wat verschuivingen in het klassement te kunnen zorgen.

Organisator Rob Discart keek tot slot ook al verder dan de editie van dit jaar, en sprak maandag de ambitie uit om toe te treden tot de Pro Tour, de nieuwe topcompetitie van de UCI die vanaf volgend jaar een 30-tal koersen (eendags- en rittenwedstrijden) zal bundelen, waaraan de topploegen verplicht zijn deel te nemen.

Als belangrijkste argument gaf Discart dat een wielerland als België in die competitie meer wedstrijddagen moet krijgen dan de vier (Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Luik-Bastenaken-Luik, Waalse Pijl) die het nu heeft in het voorlopige kalenderontwerp. Hij vergeleek met Zwitserland "dat qua oppervlakte en aantal inwoners vergelijkbaar is met België, maar een minder sterke wielertraditie heeft en slechts over 1 topwielerploeg beschikt en waarvoor nu +/- 16 wedstrijddagen werden ingeschreven".