Haïti: "Tegenplan" oppositie voorziet vertrek Aristide

Op Haïti heeft de oppositie een gedetailleerd "tegenplan" voorgesteld waarin het vertrek van president Jean-Bertrand Aristide op 18 maart wordt voorzien. "Aristide is geen rechtmatige president. Zijn legitimiteit is hem toegekend door de internationale gemeenschap", aldus oppositieleider Paul Denis op een persconferentie in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince.

Belga

Voorts noemt Denis de president "een obstakel dat moet weggewerkt worden". "Aristide heeft geen geloofwaardigheid en houdt zich niet aan zijn woord. Hij is een obstakel op de weg naar de democratie", luidt het. "De internationale gemeenschap heeft hem nooit willen of kunnen dwingen zijn woord te houden". Ook Evans Paul, een andere oppositieleider, acht Aristide "verantwoordelijk voor het geweld". Hij vindt dat het vredesplan van de internationale gemeenschap "alle tanden van Aristide trekt", maar dat "de president taai is en gevaarlijk, zelfs met bloedend tandvlees".

Intussen gaan de Verenigde Staten om veiligheidsredenen hun ambassade in Port-au-Prince met 52 mankrachten versterken. Dat heeft de woordvoerder van het Witte Huis, Scott McClellan, aangekondigd. Het is niet geweten of het om militairen of burgers gaat.

"Tweeënvijftig personen zijn vanop Camp Lejeune in het oosten van Virginia vertrokken om in Port-au-Prince de veiligheid rond de Amerikaanse ambassade te versterken", aldus een verantwoordelijke. Het team bestaat onder andere uit anti-terrorisme-experten van Fast, het Amerikaanse Fleet Antiterrorism Security Team.

Aan alle Amerikanen die nog op Haïti verblijven, is het advies gegeven het land ogenblikkelijk te verlaten. Frankrijk, Nederland en Duitsland hebben hetzelfde advies verspreid. Op Haïti heerst al drie weken een politieke chaos. President Aristide wordt ervan beschuldigd te hebben gefraudeerd bij de verkiezingen. De oppositie roept bijna dagelijks op tot demonstraties. Rebellengroepen, die voornamelijk bestaan uit ex-leden van het voorbije militaire regime, drughandelaars en voormalige aanhangers van Aristide, hebben intussen het noordelijke deel van de republiek ingenomen. Voor de volgende dagen hebben ze een mars op de hoofdstad aangekondigd om de president tot ontslag te dwingen.