De Amerikaanse droom in Wallonië

HASSELT - De Waal Albert Frère is met 1,6 miljard dollar (62 milard frank) op de goede weg om tot hogere regionen door te stoten. Als enige Belg prijkt zijn naam in Forbes List of World's Billionaires, en wel op de driehonderdste plaats. Hij is de grote man achter de beursgenoteerde holdings Groep Brussel Lambert (GBL) en Nationale Portefeuillemaatschappij (NPM). Via die tentakels is hij zelfs de belangrijkste privé-aandeelhouder van het Franse nutsconcern Suez Lyonaisse des Eaux, en heeft hij een groot belang opgebouwd in de mediaholding Audiofina. Tot de kleinere delen van zijn imperium behoort ook het Kempense IJsboerke.
BR>
Albert Frère (72) is de Amerikaanse droom in Wallonië. Frère werd op 4 februari 1926 geboren in Fontaine-l'Evêque bij Charleroi. Op zijn vierde verloor hij zijn vader. Moeder Frère bracht met veel inspanningen drie kinderen groot. Het gezin leefde van een bescheiden handel in kettingen en spijkers. Op de hoek van het gebouwtje wordt tegenwoordig een frituur uitgebaat. Op school was Albert Frère, de jongste van drie kinderen, geen uitblinker. Hij ging aan de slag als handelaar. Nu, vijftig jaar later, is Albert Frère veruit de rijkste man van België en één van de invloedrijkste financiers van Europa.
Zijn succes is volgens vrienden vooral gesteund op zijn flair en zijn commerciële neus. «Frère ziet een konijn uit zijn pijp komen, nog voor het beest beweegt.» Zijn tactiek is de simpelheid zelve: hij koopt goedkoop en verkoopt duur.

Schroot


Na de oorlog lagen in de buurt van Charleroi overal bergen schroot. Niemand wilde ze opkopen, behalve Frère, voor een appel en een ei. Veel ethiek kwam daar niet bij kijken. Frère verkocht aan het overwonnen Duitsland, aan de voormalige Oostbloklanden, de Amerikanen en de Koreanen. Het kapitaal van Frère groeide. Voor hij het besefte was hij industrieel in staal en wist hij zijn vinger in de pap van het Waalse staal te steken.
De Belgische staat kon niet passief blijven bij de teloorgang van de voornaamste Waalse industriesector en tegelijk de grootste Waalse werkgever en kwam met veel geld over de brug. «De verliezen voor de staat, de winst voor mij.» Hugo Schiltz drukte het niet minder plastisch uit: «Frère pleegde de hold-up van de eeuw op de Belgische schatkist.» Frère walste over de vakbonden heen. «Het is mijn geld en ik doe ermee wat ik wil.» Hij hervormde de staalindustrie in pure produktie. Achteraf gaven de vakbonden toe dat Frère op die manier het Waalse staal heeft gered.
Begin jaren tachtig verkocht hij zijn participaties voor 2 miljard frank aan de Belgische staat. Met die opbrengst begon Frère een nieuwe loopbaan, als financier. Zijn eerste optreden bestond erin de poging tot nationalisering van Paribas, georchestereerd door François Mitterrand, te doen mislukken. Wat later deed Frère zijn intrede in de BBL. De volgende jaren stortte Frère zich ook op de voedingsindustrie en de olie. Hij werd ook voorzitter van Petrofina, de industriële nummer 1 in België. Hij begon er aan een lange reeks complexe operaties, onder andere de verkoop van zijn participatie in Tractebel aan de Generale Maatschappij van België (prijs: 36 miljard) en de inkoop van een stukje Electrafina voor 5,8 miljard frank.
Albert Frère controleert ook de Luxemburgse mediagroep CLT (Compagnie Luxembourgeoise de Télédiffusion). Onder de hoed van CLT werken een tiental goeddraaiende RTL-televisiestations. RTL Keulen heeft de hoogste reclame-omzet in Europa. CLT is een economisch wonder. Momenteel draait het een omzet van 130 miljard fank. De grootte en de rijkdom van CLT maken haar macht uit.
Frère heeft een recent nog een participatie van 40 procent opgebouwd in de prestigieuze wijngaarden van Chasse-Spleen, Rieusec en Haut Bages Libéral. Het jongste wapenfeit van Frère is zijn koop van 'L'Eventail'. Via de groep Dupuis verwierf Frère 50 procent van het mondaine Franse blad. Hiermee heeft Frère, na zijn deelname in BBL, Petrofina, Suez en CLT, een nieuwe stap gezet, dit keer in de geschreven pers.