Ford Genk: al 800 inschrijvingen in tewerkstellingscellen

Meer dan 800 ontslagen werknemers van Ford Genk en de toeleveringsbedrijven die getroffen werden door het collectief ontslag bij de Limburgse automobielreus hebben zich ingeschreven in de tewerkstellingscellen. Dat werd donderdag gezegd tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement rond de ontslagen in de Genkse fabriek. De vakbonden riepen de overheid op een breder industrieel beleid te voeren.

Belga

Door het collectief ontslag kregen bij Ford Genk 1.814 werknemers een gouden handdruk en waren er 21 gedwongen ontslagen. Het merendeel van hen, 1.754 werknemers, behoort tot de groep tussen de 30 en 50 jaar. Het gaat voornamelijk om Limburgers. Daarnaast kozen 933 mensen voor een brugpensioen, zei Ludo Rutten van de VDAB-Hasselt.

Naast de fabriek zelf werden ook toeleveringsbedrijven getroffen. Zo vielen bij TDS, SML-SMG, Lear, TKA en Intier samen 326 ontslagen. Het gaat daarbij enkel om mensen die ingeschreven waren in het collectief ontslag, dus niet over interimarissen. De laatste twee bedrijven moesten overigens volledig de deuren sluiten. Elke ontslagen werknemer krijgt voor 1 maart een uitnodiging in de bus voor een informatievergadering en een persoonlijk gesprek in een tewerkstellingscel. Die werden speciaal opgericht in Houthalen, Genk en Bilzen om de ex-werknemers loopbaanbegeleiding aan te bieden en hen bij te staan in de zoektocht naar een gepaste job. De cellen gingen op 15 januari officieel van start. Van de mensen die tot nu toe op de uitnodiging ingingen, zowat veertig procent, heeft 92 procent zich ook ingeschreven voor outplacement, aldus Lieve Schoofs van Ascento, het bedrijf dat de cellen coördineert. Momenteel gaat het om "meer dan 800 mensen", maar Schoofs verwacht dat het aantal nog zal oplopen tot een duizendtal, omdat de infosessies nog niet zijn afgelopen.

Naast de mensen die specifiek met de cellen verbonden zijn, waren ook de vakbonden bij Ford Genk en de directeur personeelsbeleid, Jos Van den Boer, uitgenodigd in de commissie werkgelegenheid. Deze laatste riep de overheden op tot permanent overleg met de sector. "De contacten verliepen tot op heden vrij formeel en niet structureel. Op die manier kunnen we elkaars noden en mogelijkheden beter leren kennen", luidde het. Van den Boer stelde voorts dat bij de herstructurering bij Ford Genk, de loonkosten "slechts in minieme mate hebben meegespeeld".

Tony Castermans van het ABVV, die Van den Boer op dat vlak bijtrad, lanceerde een oproep om de omgevingsfactoren te verbeteren. "We stellen vast dat in andere regio's binnen Europa de overheden de sector de mogelijkheid geven om zaken uit te bouwen", aldus de vakbondsman, die daarvoor verwees naar Duitsland en Spanje, waar ook Ford vestigingen heeft.

Vanwege het ACV vroeg Theo Vangompel dat de overheid een industrieel beleid zou voeren, dat breder dan een omkaderingsbeleid alleen is. Daarbij opperde hij het idee van de oprichting van een studiecentrum, specifiek voor de automobielsector. Het domein waarop dergelijk vorserscentrum actief zou zijn, kan erg breed zijn. Het kan bijvoorbeeld studiewerk verrichten naar arbeidsorganisatie, maar ook op technisch vlak en inzake de manier van produceren. Een oud zeer dat bij de bonden aan bod kwam, was de ontsluiting van de IJzeren Rijn en de Noord-Zuid-verbinding in Limburg. "Wat ben je met een industrieterrein als je er niet in kan?", aldus Vangompel.