Vogelpest: Thailand onderzoekt vee

Thailand heeft donderdag opdracht gegeven voor een onderzoek naar een mogelijke rol van vogelpest bij de dood van 196 koeien en buffels in het noordoosten van het land.

AP Ned

Dorpelingen hebben vlees gegeten van de dieren, die begin januari zijn doodgegaan. Intussen hebben onderzoekers van een academisch dierenziekenhuis in Bangkok gemeld het H5N1-virus, waaraan in Azië behalve een groot deel van het pluimvee ook 22 mensen zijn overleden, te hebben aangetroffen bij een kat. De eigenaar van de kat had het dier naar het ziekenhuis gebracht toen het ziek was geworden na van dode kippen te hebben gegeten. Het is de eerste melding van vogelpest bij een huisdier. Vorige maand is in een dierentuin bij Bangkok een luipaard aan de pluimveeziekte bezweken.

De runderen zijn begin februari doodgegaan aan de voet van een gebergte in de provincie Kalasin, 430 kilometer ten noordoosten van Bangkok. Het ministerie van landbouw zei niet te geloven dat zij aan vogelpest zijn bezweken. Sterfte onder de vrij loslopende dieren is normaal in deze tijd van het jaar, waarin de kuddes van de bergen naar beneden komen om de kou te ontlopen, zei een woordvoerder. Sommige dieren vallen, andere bezwijken aan de kou. Een andere woordvoerder suggereerde dat de runderen aan het eveneens in Thailand heersende mond- en klauwzeer of een andere veeziekte zijn doodgegaan. Volgens hem wijken runderen genetisch teveel af van de soorten die aan vogelpest ten prooi zijn gevallen. Omdat de dode dieren zijn opgegeten of naar slachthuizen verdwenen, kan er alleen onderzoek worden gedaan aan de hand van hun mest, zeiden de autoriteiten in Kalasin.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zei donderdag dat geen van de acht Aziatische landen die zijn getroffen door de gevaarlijke variant van vogelpest er tot nu toe in is geslaagd de epidemie tot staan te brengen, ondanks de soms rigoureuze pogingen daartoe. Dat betekent dat het voorlopig niet mogelijk zal zijn het virus onder de duim te krijgen, zei de WHO. Bij uitbraken van het H5N1-virus in het verleden, zoals in 1997 in Hongkong, waar toen zes mensen stierven, heeft het jaren geduurd voordat het virus onder controle kon worden gebracht, terwijl het toen lang niet zo wijdverbreid was als nu.

De getroffen landen hebben in hun pogingen de vogelpest een halt toe te roepen meer dan tachtig miljoen kippen en ander gevogelte geruimd. Maar de WHO zei dat er allerlei manieren zijn waarop de ziekte zich toch kan blijven verspreiden en drong aan op nog meer waakzaamheid. Als mogelijke besmettingshaarden noemde de WHO vechthanen die door hun eigenaars verborgen worden gehouden, trekvogels die het virus misschien kunnen verspreiden zonder zelf ziek te worden en landbouwverkeer. Thailand maakte eerder deze week bekend H5N1 te hebben aangetroffen bij honderden ooievaars die dood aan de rand van Bangkok waren gevonden.