Mike Origi in de Supercup voor 't eerst aan de aftrap: «Honger naar de bal»

Print
GENK - Veel heeft de Supercup, de jaarlijkse confrontatie tussen de landskampioen en de bekerwinnaar, doorgaans niet om het lijf. Een prestigeduel, een uitgelezen kans voor de coaches om een aantal invallers en revaliderende spelers wedstrijdritme te laten opdoen. Dat is het zowat. Ook de editie van dit jaar vormt geen uitzondering op die regel. Een match zonder internationals, het is een 'geamputeerd boeltje'. Toch ziet het ernaar uit dat de Fenix-tempel - gratis entree voor abonnees, weetjewel - ook vanavond weer aardig zal vollopen. Tja, Genk en Lierse hebben nu eenmaal iets met mekaar. Sinds medio jaren '90 nemen ze gezamenlijk - en met succes - de handschoen op tegen de Grote Twee, Anderlecht en Club. Bovendien is de verstandhouding tussen beide supportersclubs voortreffelijk. Kan dus best een gezellige bedoening worden.
BR>Ambiance, ook Mike Origi kickt erop. «Het vorige weekend was één van de mooiste uit mijn leven», lichten zijn donkere ogen op. «Wat een voorrecht om voor zo'n publiek en in zo'n sfeer te mogen voetballen. Het deed me denken aan een topmatch in de Spaanse of Engelse competitie.»
Super Mike kreeg volop de kans om zich onder te dompelen in het bad van geneugte. 87 minuten lang bleef hij tegen Standard immers op de bank. Pas toen trainer Jos Heyligen de tijd rijp achtte om Ferenc Horvath te tracteren op een applausvervanging, mocht de Keniaan nog enkele baltoetsen meenemen. Zijn eerste 3 competitie-minuten in het nog prille seizoen. Vandaag volgt de echte vuurdoop. Oulare definitief weg, Horvath en Strupar in volle voorbereiding op een interland en Ban in de lappenmand. Veel keus heeft Heyligen voorin niet meer. Origi zal, mogelijk samen met Pereira, het volle gewicht van de aanval moeten torsen.

Concurrentie


«Maal ik niet om», lacht Mike. «Ik ben goed uitgerust. Ik ben blij dat de revalidatie na mijn knieblessure achter de rug is. Een frustrerende periode was het. Vooral die 5-1 tegen Maribor is een nare herinnering. Ik kon het niet live meemaken. Maar ik denk dat ik meer heb afgezien dan de spelers op het veld. Een zware teleurstelling was het. Gelukkig heeft de groep zich intussen stevig herpakt, werden de nodige lessen getrokken.»
Eén van die lessen is dat het Anthuenis-concept blijkbaar toch met meest deugdelijke is. Na heel wat gepuzzel greep Heyligen er tegen Standard resoluut naar terug. Een gunstig voorteken voor Origi?
«Niet te hard van stapel lopen», houdt Mike de boot af. «Natuurlijk heb ik tegenover bepaalde jongens het voordeel dat ik hier al een jaar rondloop. Bij Genk weten ze wat ze aan me hebben. Maar toch. De concurrentie is er dit seizoen niet minder op geworden. Op de flanken zitten we met Hendrikx, Bjarni Gudjonsson, Rogerio en binnenkort weer Reini. Die plaatsen zijn dus duur. In de voorhoede, overigens mijn favoriete positie, liggen de kaarten iets anders. Hoewel. Het vertrek van Oulare is opgevangen door de komst van Ban. Ook in die zone hoef je niet op cadeaus te rekenen. Och, ik zie wel waar ik uitkom. Belangrijkste is dat ik in de komende weken kan groeien naar mijn normale niveau. Ik heb zo het vermoeden dat ik beter moet kunnen presteren dan vorig seizoen. Sinds mijn knie behandeld is en ik de nodige rust heb kunnen nemen, voel ik me kiplekker. Ik heb honger naar de bal.»

Kenia


Dat belooft. Positief is ook dat de Keniaan, in tegenstelling tot sommige medemaats, niet te pas en te onpas over en weer hoeft te vliegen naar zijn vaderland.
«Kenia heeft zich niet kunnen kwalificeren voor de Afrika-cup», zegt hij. «Belangrijke interlands staan er in de komende maanden niet op het programma. En voor oefenmatchen hoeven ze mij niet op te roepen. Daar bedank ik voor. Ik kan me nu volledig concentreren op Genk. 2 seizoenen nog. Wat er nadien komt? Geen idee. Ik ben daar wel al mee bezig. Per slot van rekening ben ik niet meer van de jongsten, eind dit jaar word ik er 32. Maar ik ben er nog niet uit. Mijn hart zegt dat ik na mijn loopbaan moet terugkeren naar Kenia. Naar mijn familie. Maar als ik aan de kinderen denk - ze zijn 9 en 5 - twijfel ik. Zij kennen Kenia enkel van de vakantie die we daar jaarlijks doorbrengen. Voor hen zou de aanpassing vreselijk moeilijk zijn. Ik sluit dus niet uit dat ik hier blijf plakken.»
Voor het zover is, wil Origi echter nog een paar trofeeën aan zijn palmares toevoegen. Te beginnen vanavond tegen Lierse.
«Moeilijke klus», beseft Mike. «Die ploeg is sterk begonnen aan het seizoen. Toch maak ik me sterk dat we hen kunnen verslaan. Zeker op eigen terrein. Daar hoeven we van niemand schrik te hebben. Nee, ook niet van Brugge of Anderlecht. Oké, die clubs worden algemeen naar voor geschoven als de belangrijkste titelkandidaten. Mag voor mijn part. Dat legt de druk bij hen. Maar geloof niet dat dit Genk al afgeschreven is. Ons voetbal was tot nu toe misschien niet zo denderend. Maar 8 op 12, met 3 uitmatchen achter de kiezen, slecht kan je dat niet noemen. Echt, ik denk dat wij in het titeldebat ook een aardig woordje gaan meepraten.»