Het trainersevangelie

KURINGEN -

Ook in derde klasse wordt er weldra opnieuw competitief gevoetbald. Nog vier dagen en dan zijn we weer vertrokken voor acht maanden stress, ontgoochelingen, blessures, maar hopelijk vooral voor een hele brok voetbalplezier. Met Dilsen, Heusden, Kermt, Overpelt en Tongeren heeft Limburg dit seizoen vijf ploegen in derde klasse en zo'n numeriek sterke vertegenwoordiging hebben we er jaren niet meer gehad. Derde dus weer iets interessanter, niet langer meer het vagevuur van ons voetbal, zoals de betrokkenen het herhaaldelijk uitdrukten. Ware het niet dat de voetbalbond een minder lucratieve innovatie in petto had. Want bij de samenstelling van de reeksen werd van de traditionele indeling bij de Antwerpse clubs afgestapt, zodat onze Limburgse ploegen nu in de komende maanden Wallonië moeten gaan verkennen tot in Francs Borains, enkele kilometers verder dan Bergen. Wij peilden naar reacties en ambities, en wilden weten hoe de trainers van Dilsen, Heusden, Kermt, Overpelt en Tongeren denken gewapend te zijn voor de nieuwe start.

Jos CASTERMANS

BR>

Daarom spraken wij af met Jaak Dreesen (Dilsen), Jos Meykens (Heusden-Zolder), Guido Brepoels (Kermt), Jan Poortvliet (Overpelt) en Eric Abrams (Tongeren). Alleen Jan Poortvliet kwam niet opdagen. «Training. Hoe kan ik dit goedmaken?» vroeg de Nederlander zich the day after af. Ook Jaak Dreesen had een training gepland, maar de Breeënaar schikte zich naar de collega's en wijzigde spontaan z'n schema. Hoe dan ook, Dreesen, Meykens, Brepoels en Abrams voerden onder het genot van een hapje en een drankje een vlot gesprek. De concurrenten profileerden zich vooral als goede collega's, die het best met mekaar konden vinden. Vaak zaten zij op dezelfde golflengte. In het heetst van de competitiestrijd is dit wel eens anders.

Jeugdwerking

Dreesen, Meykens, Poortvliet en Brepoels hebben eerder hun sporen al verdiend in ons nationaal voetbal. Bij Eric Abrams ligt dit anders. De Genkse leraar L.O. trainde nooit hoger dan tweede provinciale. Maar Abrams verdiende zijn strepen als jeugdcoördinator bij RC Genk en hij geeft bovendien les aan de Heizelschool. Volgend weekend zet Abrams z'n eerste passen als hoofdcoach in derde klasse. Hoe kwam Tongeren bij Abrams terecht, vraagt u zich af.

«Uit wat ik heb opgevangen, heeft dit te maken met het feit dat ik veel met jeugd heb gewerkt,» verduidelijkt Abrams. «Ondermeer ook bij Bregel, dat altijd veel jeugd heeft gehad en er steeds veel aandacht aan heeft geschonken. Tongeren heeft een uitstekende jeugdwerking. Zowel qua opleiding als begeleiding is dit de top van Limburg. Maar de club heeft er te weinig vruchten van geplukt. Het is de bedoeling dat ik talentvolle jongeren laat doorstromen naar het eerste elftal. Dat is in het recente verleden te weinig gebeurd. Was een jongen als Hoste bijvoorbeeld niet beter bij Tongeren gebleven? Hier had hij kunnen rijpen op hoog competitieniveau. Nu gaat hij bij de uefa's en beloften van Genk voetballen in een competitie zonder druk.»

Trips

Met tien verplaatsingen naar het zuidelijk landsgedeelte mogen we wel stellen dat onze Limburgers, samen met Diest, dit seizoen andere lucht gaan opsnuiven. «Wij hebben niets in de pap te brokken gehad,» bijt Jaak Dreesen, trainer bij nieuwkomer Dilsen, de spits af. «Natuurlijk hebben wij ons beklag gemaakt bij de bond, maar dat hielp niet. Alleen al om practische redenen hebben wij bezwaren. De reserven spelen op vrijdagavond. Veel van die jongens moeten tot vier uur werken. En dat met een busreis van een drietal uren voor de boeg! Driemaal moeten wij de verplaatsing naar elke ploeg maken. Voor de jeugdspelers vind ik dit erg. Was het niet beter voor de jeugd een competitie in de buurt op te richten? Er zijn in onze regio toch goede clubs genoeg. Wat men nu gedaan heeft, is de clubs extra op kosten jagen. Het positieve eraan is dat er enkele clubs bij zijn die over een schitterende accommodatie beschikken. Ik citeer hierbij Bergen en Francs Borains.»

Meykens: «Voor de jeugd is het verschrikkelijk. De miniemen en kadetten gelijk, de scholieren en de uefa's, de reserven en de eerste ploeg: viermaal moeten wij die verplaatsingen maken.» Dreesen: «En hoeveel toeschouwers brengen die Waalse ploegen mee? Zeven man van de hele bus die betalen!» Brepoels: «Ons heeft de bond geantwoord: je speelt in derde klasse, je moet je maar aanpassen. 't Is jammer. Want sportief wordt het er niet beter op. RC Mechelen, Schoten, Hoogstraten: dat zijn ploegen die een leuk voetbal brengen. Maar ga maar ne keer naar Virton. 2.000 man staat daar rond het veld. Je hebt er alles tegen. In de Walen moet je al een klasse sterker zijn dan de thuisploeg om er iets te rapen.»

Jan Poortvliet (via de telefoon): «Natuurlijk hebben wij in Overpelt ook stilgestaan bij de reeksindeling. Ik kan alleen maar zeggen dat ik de charme van het voetbal van een Hoogstraten of RC Mechelen ga missen. Qua voetbalstijl horen de Antwerpse ploegen bij ons. Nu moeten wij naar Henegouwen. Wij hadden vorig jaar al verre verplaatsingen, nu gaan wij nog vaker vroeg moeten vertrekken. Voor het publiek is het een tegenvaller, want een ploeg als Eupen bijvoorbeeld spreekt toch minder aan dan bijvoorbeeld RC Mechelen. Voor de eerste ploeg vind ik het niet zo erg. Mij maakt de indeling niet zo veel uit. Als je een reeks hoger speelt, doet zich hetzelfde voor. Maar voor de jeugd is het niet zo interessant. Voor hen liever in de buurt. Met promotiemogelijkheden. Dan kom je uiteindelijk toch bij de betere jeugd terecht.»

Sponsors

Verschillende clubs in derde klasse trekken amper meer supporters dan een eersteprovincialer. Is derde nog leefbaar? Dreesen: «Wij hebben allemaal dure ploegen. De spelers hebben geprofiteerd van het arrest Bosman. Het komt er voor de clubs op aan de sponsors te binden. Anders zijn wij ten dode opgeschreven. Denk eraan: in Genk zit 10.000 man extra. Limburg is leeggezogen door Genk.»

Meykens: «Dit fenomeen heeft zich vorig jaar enorm doorgezet. Zelfs mijn vrouw gaat naar Racing kijken. Welke supporter betaalt twee inkomkaarten per weekend? Dat is te duur. Genk heeft ons ongetwijfeld supporters gekost. In Heusden moet men het hebben van een groep harde werkers. Als die wegvalt...»

Abrams: «Tongeren leeft bij de gratie van de sponsor (Reynders). Maar het geld kan niet van één man blijven komen. Daarom moet er dringend werk gemaakt worden van de accommodaties, die moeten worden gemoderniseerd. We willen de installaties multifunctioneel maken, zodat we eindelijk over een eigen kantine kunnen beschikken en inkomsten kunnen genereren. De voorzitter is naar de minister-president (Dewael) geweest. Het gaat de goede kant uit. En wij zullen in de toekomst moeten gaan naar samenwerkingsverbanden. Noem het satellietclubs, of hoe dan ook, maar je moet jongeren in clubs kunnen onder brengen zodat zij op een hoog niveau kunnen blijven voetballen.»

Brepoels: «Ik zie geen lichtpunt om met Sporting Hasselt samen te werken. Nochtans is dit voor Kermt de enige manier om hogerop te geraken. Ik geef een voorbeeld. Onlangs vroegen wij aan het Nederlandse Sittard om een oefenwedstrijd te komen betwisten. Zij weigerden omwille van ons veld. Als Kermt hogerop wil, moet er uitbreiding komen. En dat kan niet. De stad zegt: vijf kilometer verder heb je een stadion. Maar wat indien Hasselt promoveert? Dan komt er van een samenwerking niets in huis. Kermt heeft achttien jeugdploegen. Men moet toch inzien dat bij ons wat leeft en dat er steun moet komen. Als wij naar Hasselt zouden kunnen gaan, ligt alles open.»

Abrams: «Als men zo versnipperd blijft werken als men tegenwoordig bezig is, geraakt men nooit verder. Alleen

samen

kan de redding brengen in voetbal.» Meykens: «Zoals in het onderwijs. Samenwerkingsverbanden sluiten. Het kleinschalige, het versnipperde moet weg. Ik denk aan Hasselt en Kermt, en wat ons betreft Heusden met Berkenbos.»

Brepoels: «Wij zitten zo beperkt dat zes ploegen in Spalbeek trainen. De rest in Kermt. Wij wijken uit naar Mees (bedrijfsvoetbal) om ons trainingsveld te sparen. Ons A-veld ligt er niet goed bij. Maar ja, dat is nu eenmaal zo. Laat er ons maar niet verder over zeuren. Jos (Meykens) heeft op Vigor ook jaren in die omstandigheden gewerkt. Laat ons maar maken dat de neuzen in dezelfde richting staan en dan lukt het wel.»

Fusie

In Heusden is door de fusie van SK met Helzold een nieuwe situatie ontstaan. De club beschikt nu over ruime mogelijkheden. Meykens: «Op Lindeman hebben wij een trainingscentrum. We beschikken er over twee goede velden. De nationale jeugd, eerste en tweede ploeg trainen er. Op Helzold speelt de nationale jeugd haar wedstrijden. Het B-veld in Heusden wordt gebruikt door de gewestelijke en provinciale jeugd. En ons A-veld ligt er prachtig bij. Dat is voor de eerste en tweede ploeg. Ik geloof dat wij vier of vijf velden hebben met verlichting.»

Dreesen: «Wij in Dilsen beschikken over drie velden. Op dat vlak zijn wij dus beperkt. 500 parkeerplaatsen werden aangelegd en in de staantribune werden 500 zitplaatsen gemaakt. Dit was nodig voor de supporters. In de toekomst gaat men ook aan de sponsors denken. Er bestaan plannen. Dit is nodig om de club in stand te houden.» Maar er waren fusieplannen met Maasland. Naar verluidt zou Dilsen aan de basis liggen dat er niets van terecht komt? «Is zo. Niet alleen het bestuur, ook de mensen die de club steunen stonden niet achter de fusie.»

Voor Overpelt zijn er uiteraard geen huisvestingsproblemen. Als het om de accommodatie te doen is, hoeft KVVO een promotie zeker niet te laten liggen. En qua sponsoring zit het blijkbaar ook snor daar in het noorden. Want elf nieuwe auto's werden de spelers ter beschikking gesteld. Poortvliet: «Enkelen gaven er de voorkeur aan met hun eigen wagen verder te rijden. Maar de wagens zijn alle elf in gebruik. De sponsoring bij Overpelt is goed geregeld. De club is niet afhankelijk van één mecenas, maar ze kan terugvallen op een veertigtal weldoeners.»

Transfers

«Vorig jaar hadden wij een grotere huishouding, een duurdere kern. Leynen, Umans, Rutten, Wuyts, Hendrickx, Hermans, Nijs en Van Woerkum zijn allemaal jongeren die in de kern werden opgenomen. Van de 22 kernspelers komen er 10 uit de eigen jeugd. Dat maakt het voor Overpelt allemaal een stuk goedkoper.»

Poortvliet is het niet eens met de stelling dat de successtory van RC Genk de lagere clubs supporters heeft gekost. «Supporters heb je alleen als je succes hebt. Het probleem bij Overpelt was dat de club twee degradaties in korte tijd heeft moeten verwerken. Dat heeft haar supporters gekost. Overpelt moest haar supporters zien terug te winnen en dat is ons in de nacompetitie voor een groot stuk gelukt. Je supporters haken niet af als je hen een goed product aanbiedt.»

Morgen bespreken de trainers het gevoerde transferbeleid in hun respectievelijke clubs. We vragen of de voorbereiding beantwoord heeft aan de verwachtingen en hoe hoog men de lat legt naar de competitie toe. En wie wordt de te viseren ploeg?